dinsdag 30 december 2014

JazzContrasten on Spotify - New Year's Eve

Speciaal voor de jaarwisseling stelde JazzContrasten een Spotify playlist samen met oude en nieuwe jazz rondom het thema 'oud & nieuw'. De jaargetijden, vuurwerk, feesten en nummers speciaal voor de jaarwisseling. Oud, nieuw, verrassend en traditioneel. Geniet ervan en een gezellige oudejaarsavond en nieuwjaarsdag. Volgend jaar meer JazzContrasten!

maandag 29 december 2014

[Gastblog] Stoomcursus jazz van Cannonball Adderley

Schenk jezelf eens een glas wijn in. Ga zitten. Drie kwartier duurt-ie: deze geweldige jazz-cursus, verteld door niemand minder dan Cannonball Adderley.

A Child’s Introduction to Jazz staat integraal op YouTube. De Riverside-LP uit 1961 was onderdeel van de Wonderland serie (niet meer verkrijgbaar), die kinderen op een leuke manier bekend maakte met allerlei onderwerpen. De manier waarop het gedaan is vind ik heel erg geslaagd!

cannonball adderley

Wie beter dan de grote Cannonball — die zelf jarenlang in het onderwijs werkte — vertelt zo geanimeerd over het ontstaan van jazz, de vormen en de instrumenten. Allerlei stijlen komen aan de orde, zoals work songs, blues, ragtime, swing, bebop en blues.
"This is about jazz, not in a 'music lesson way', but about what jazz sounds like and why. It's about the way people feel about things."
— Cannonball Adderley
Je hoort historische muziekvoorbeelden van Scott Joplin, Sidney Bechet, Jelly Roll Morton, Louis Armstrong, King Oliver, Fats Waller, Ma Rainey, Duke Ellington, Wes Montgomery, Art Blakey, Bix Beiderbecke, Thelonious Monk, Bill Evans, Woody Herman, Coleman Hawkins en John Coltrane.

 

Enjoy!

Bijdrage: Tom Beek, saxofonist | schrijver

donderdag 25 december 2014

1959: The Year that Changed Jazz

Er zijn op internet verschillende mooie en/of interessante documentaires over jazz te vinden. Zoals de BBC documentaire '1959: The Year that Changed Jazz'. Een film voor de donkere dagen rond kerst:

maandag 22 december 2014

CD: Ben van den Dungen Quartet - A night at the club

Al ruim een maand uit, maar te lekker om niet te bespreken deze live cd van het Ben van den Dungen Quartet. Een ouderwets lekker live album opgenomen in Café Central in Madrid. A night at the club bevat tien nummers opgenomen tijdens de 7 dagen dat het Quartet speelde in de Spaanse club. Het doel van de optredens was nieuw materiaal voor publiek te spelen om te ervaren hoe er op gereageerd wordt. In de liner schrijft Ben van den Dungen: “Playing together with an energetic vibe, enjoying the music and giving the audience a nice evening”. Luisterend naar de cd is dit op alle vlakken geslaagd. 



Het album bevat 6 nummers van de hand van Ben van den Dungen, en verder nummers van Marius Beets, Thelonius Monk, Horace Silver en Garry Goffin’s Mahogany. Het Kwartet bestaat naast saxofonist van den Dungen uit Miquel Rodriquez op piano, Marius Beets op bas en Gijs Dijkhuizen op drums. Volgens van den Dungen bestond de totale opname uit 84 nummers, ik moedig het Quartet aan de overgebleven 74 nog eens goed te beluisteren een A night at the club - part II lijkt de moeite waard!

vrijdag 19 december 2014

CD: GuitCussion - Blue Congo

Het Zweedse GuitCussion is een nieuwe (freejazz)groep bestaande uit gitaristen Gunnar Backman en Stefan Thorpenberg en drummers Henrik Wartel en Per Ander Skytt. Een samenstelling die doet denken aan het project The Sign of 4 uit 1997 van gitaristen Pat Metheny en Derek Bailey en drummers Paul Wertico en Gregg Bendian. Zelf noemt de band Wayne Shorter’s Super Nova uit 1969 als inspiratie met John McLauglin en Sonny Sharrock op gitaar en Jack DeJohnette op drums en naast keyboards Chick Corea ook op drum.  

Resultaat is Blue Congo, een album met vrije improvisatie freejazz maar wat ook raakvlakken laat horen met andere stijlen. De improvisatie is live opgenomen in de studio, behalve mixen en masteren is er niets aan toegevoegd of aangepast.

Blue Congo is geen makkelijk toegankelijk album. Het is een intens album met een paar rustmomentjes. Een album voor de hardcore (free of avant-garde) jazz fan waar je echt even voor moet gaan zitten, die laatste fans zullen er echter absoluut van genieten. Luister hieronder om een indruk te krijgen van Blue Congo:

zondag 14 december 2014

Paul Desmond, een terugblik

Op 25 november 2014 zou altsaxofonist Paul Desmond negentig jaar zijn geworden. In werkelijk vierde hij zijn laatste verjaardag op Thanksgiving Day, 25 november 1976. Hij vierde die verjaardag met gitarist Jim Hall en diens vrouw Jane in het kleine appartement van hun dochter Devra in New York City. Desmond had de chemotherapie voor zijn longkanker onderbroken om op het MontereyJazz Festival en in de club El Matador van Barnaby Conrad in San Francisco te spelen. Toen hij van de Westkust terugkeerde in New York zette hij de chemotherapie voort en bracht zijn tijd door bij vrienden. Devra Hall, de dochter van Jim Hall was afgestudeerd aan de Clark University in Worcester, Massachusetts en woonde op de 89th Street tussen West End and Riverside Drive. Omdat Devra haar eigen bedoening had, vond haar moeder dat zij voor het Thanksgiving Diner mocht zorgen.



Thanksgiving Day en Paul Desmonds verjaardag vielen in 1976 op dezelfde dag. Devra, die Desmond al sinds haar vroege jeugd kende, vond dat Desmond dan ook moest worden uitgenodigd. Devra kocht de benodigde kalkoen op de markt van Broadway. Haar keuken was klein. Om de deur van haar oven open te maken, moest Devra buiten haar keuken gaat staan. Devra had haar eerste appartement in New York, de stad waar ze was opgegroeid, en het was haar eerste Thanksgiving op eigen terrein. Zij nam de gebruiksaanwijzing ter hand, verhitte de oven en schoof de kalkoen er in. In haar eenkamer appartement ontving ze Desmond en haar ouders. Devra wist dat Desmond chemotherapie had. Desondanks zei hij dat hij zich goed voelde. Desmond zat in een kleine met canvas beklede stoel, haar ouders deelden een bank die tot bed kon worden uitgeklapt. Er was zelfs ruimte gemaakt voor een piano, het verjaardagsgeschenk van haar vader Jim. Op twee tafels werd het diner uitgestald. Bij het verlaten van de oven was de kalkoen goed voor enig leedvermaak. In tegenstelling tot wat gebruikelijk was, had Devra de kalkoen met de poten naar onderen in de oven geschoven. Dat leverde commentaar van moeder op. Het beest smaakte er niet minder om.Paul voelde zich niet 100 procent, maar hij was in een opgewekte stemming en blij dat hij niet alleen thuis zat. Na het diner verlieten het echtpaar Hall met Paul Desmond het piepkleine appartement. Ze gingen naar The Village Vanguard waar Thelonious Monk optrad. Tussen de optredens kwamen ze samen in de keuken van The Vanguard. Jim Hall: 'Het was de meest samenhangende conversatie die ik ooit met Thelonious Monk heb gehad. Thelonious, Paul en ik zaten in de keuken. Zelf kwam ik niet verder dan instemmend knikken, maar Paul en Thelonious zaten duidelijk op een lijn. Ik weet niet waar ze over praatten. Ze stonden ontspannen te praten over herinneringen en andere zaken. Er heerste een relaxte, bijna kameraadschappelijke sfeer.

Gedurende de tijd dat Desmond deel van het Dave Brubeck Quartet uitmaakte, maakte hij slechts af en toe opnamen buiten Brubeck om. De platen die onder zijn naam en leiding verschenen bij Fantasy, Warner Bros of RCA waren uitzonderingen. Nadat Brubeck zijn kwartet op het hoogtepunt van hun roem had ontbonden, maakte Desmond van tijd tot tijd opnamen met andere pianisten. Een opmerkelijke combinatie muit die periode zijn de opnamen van Desmond met het Modern Jazz Quartet in concert; een mogelijke samenwerking waar hij al langer over had gepraat. 'Take Five' was de compositie van Desmond waarmee hij het Dave Brubeck Quartet een bijna universele bekendheid verschafte. Muzikaal is de intense samenwerking van Paul Desmond en John Lewis in 'You Go to My Head' met het MJQ, het werkelijke hoogtepunt in de carrière van Paul Desmond. Paul Desmond stierf op 30 mei 1977 in New York City.

Bijdrage: C.P. Vincentius

 

JazzContrasten on Spotify - Christmas Special

Jazzy kerstnummers voor bij de boom en de open haard. Merry Christmas!

maandag 1 december 2014

Geboren: Funk Big Band

Het geboortekaartje staat op de website van saxofonist Tom Beek. Vanavond is het eerste kraambezoek in Rotown in Rotterdam. 

Tom Beek: "Afgelopen woensdag kwamen we voor het eerst bij elkaar. Zo’n twintig geweldige muzikanten, met bruisende ideeën en — dat is vrij uniek — onvervalste funk op het repertoire. Een nieuwe initiatief in de geest van George Clinton, Parliament Funkadelic en Bootsy Collins, van onder andere Jan van Duikeren, Guido Nijs en Ronald Kool. The Big Bang Gang, de eerste funk big band ter wereld, is geboren."


Zang: U-Gene, Monique Bakker 
Ritmesectie: Leendert Haaksma, Ronald Kool, Martijn Vink, Michel van Schie 
Trombones: Martin Van Den Berg, Efe Erdem, Louk Boudesteijn, Jan Oosting 
Saxofoons: Guido Nijs, Peter Broekhuizen, Tom Beek, Miguel Boelens, Maarten Hogenhuis 
Trompet: o.a. Jan van Duikeren, Rik Mol, Martijn De Laat 
Geluid: Tijmen Zinkhaan 
DJ: André Dadi


zondag 30 november 2014

Buma Boy Edgarprijs voor Jeroen van Vliet

Op zondag 14 december aanstaande ontvangt pianist en componist Jeroen van Vliet de Buma Boy Edgarprijs 2014. Deze prijs, de belangrijkste in Nederland op het terrein van de jazz en geïmproviseerde muziek, bestaat uit een plastiek van Jan Wolkers en een geldbedrag van €12.500. 


 
Voor deze feestelijke gelegenheid heeft Jeroen van Vliet een speciaal programma samengesteld. Zijn huidige groepen Estafest en Trio OGU zullen optreden, maar ook een groep van weleer: Sikeda. Van Vliet heeft bovendien een aantal bijzondere gasten uitgenodigd: trompettist Eric Vloeimans, basgitarist Carlo Mombelli (Zuid-Afrika) en basklarinettist Claudio Puntin (Duitsland). 

Trio OGU & Claudio Puntin
Bram Stadhouders - gitaar, laptop
Etienne Nillesen - percussie
Jeroen van Vliet - piano
Claudio Puntin - basklarinet

Duo Jeroen van Vliet & Eric Vloeimans
Eric Vloeimans - trompet
Jeroen van Vliet - piano

Estafest
Oene van Geel - altviool/cajon
Anton Goudsmit - gitaar
Mete Erker - tenor- en sopraansaxofoon, basklarinet
Jeroen van Vliet - piano

Duo Jeroen van Vliet & Carlo Mombelli 
Carlo Mombelli - basgitaar, effecten
Jeroen van Vliet - piano

Sikeda
Erwin Vann - tenor- en sopraansaxofoon
Jörg Brinkmann - cello
Afra Mussawisade - percussie
Pascal Vermeer - drums
Frans van der Hoeven - contrabas
Jeroen van Vliet - piano


De VPRO zendt de volledige concertavond live uit in het programma Vrije Geluiden op Radio 6 (vpro.nl/vrijegeluiden).

Boy Edgarprijs
De Buma Boy Edgarprijs wordt uitgereikt aan een musicus die zich reeds geruime tijd onderscheidt door zijn opmerkelijke verdienste op creatief gebied ter verlevendiging van de Nederlandse jazz en geïmproviseerde muziek. De organisatie van de prijsuitreiking en de daaraan verbonden concertavond ligt in handen van de Stichting Boy Edgarprijs in samenwerking met het Bimhuis. De prijs wordt mede mogelijk gemaakt door hoofdsponsor Buma en Sena.


dinsdag 11 november 2014

Acker Bilk 1929 - 2014

The Stranger has left the Shore Acker Bilk, een van de grootheden van de Engelse traditionele jazz, is op 85-jarige leeftijd aan keelkanker overleden. Hoewel zijn bijdrage aan de traditionele jazz buiten kijf staat, dankt hij zijn bekendheid toch vooral aan die ene oorworm 'Stranger on The Shore' uit 1962. In dat jaar stond die hit zowel in Engeland als in de Verenigde Staten een periode nummer 1 en maakte zij Acker Bilk tot een internationale ster.


Zowel in de vijftiger als in de zestiger jaren van de vorige eeuw was Acker Bilk een van de grote figuren in de revival van dixieland. Zijn- in de ogen van velen- oubollige imago met geitensik, zwarte bolhoed en dito gilette ten spijt leverde hij met zijn Paramount Jazz Band dixieland van hoog niveau en deed hij recht aan de affichering Ball, Barber en Bilk, te weten Kenny Ball, Chris Barber en Acker Bilk, de drie grote dixielandorkesten van de revival. Die bijdrage en zijn hit leverden Acker Bilk in 2001 een MBE op, voor zijn verdiensten voor de Engelse muziekindustrie. Met Stranger On The Shore verkocht hij miljoenen platen. Met enige ironie noemde hij het succesnummer zijn beste oudedagsvoorziening. Daarnaast had hij commerciële hits met Summer Song en Buona Sera en won hij de Ivor Novella Award.

Hij werd geboren op 28 januari 1929 als Bernard Stanley Bilk in Pensford, Somerset, maar veranderde zijn naam in Acker, hetgeen in het dialect van Somerset 'makker' betekent. Zijn ouders moedigden hem aan om piano te spelen, maar de jonge Bilk gaf de voorkeur aan voetballen en boksen. Zijn muzikale carrière begon in het leger. Tijdens zijn militaire dienstplicht bij The Royal Engineers in Egypte leerde hij klarinet spelen door van grammofoonplaten de solo's van bekende jazzklarinettisten na te spelen. Na zijn demobilisatie formeerde hij zijn eerste band in Bristol. Daarnaast werkte hij in een tabaksfabriek. In het begin was de muziek een min of meer toevallige keus. Volgens zijn eigen mening week zijn stijl toen weinig af van andere tradionele bandjes. Het was een tijdperk waarin skiffle, swing en de vroegere rock and roll in gelijke mate populair waren bij het jonge publiek.

Zijn carrière begon pas in 1954 bij Ken Colyer, een bandleider bekend om zijn stijlzuivere opvattingen aangaande de New-Orleans jazz. Colyer's opvattingen met de nadruk op de vroege ensemble stijl en collectieve improvisatie, riep bij Acker Bilk de nodige weerstand op. Bilk was een showman met een instinct voor het populaire. Na Colyer werd het London, een overstap die hem matig beviel . Hij keerde terug naar Bristol en formeerde zijn Paramount Jazz Band. Met die formatie keerde hij opnieuw terug naar Londen op het moment dat de dixieland aan populariteit won. Hij toerde door Duitsland en maakte zijn eerste platen als bandleider. In 1960 bereikte zijn Summer Set nummer 8 op de hitlijsten, een nummer geïnspireerd door zijn geliefde provincie. Hij schreef het nummer samen met pianist Dave Collett. Het was een zoetgevooisd nummer. Met dit commerciële succes veranderde ook de outfit van The Paramount Jazz band. Wit overhemd, zwarte of gestreepte gilette en bolhoed bepaalden het uiterlijk. Tijdens de tournee's speelde Bilk een ander, aanmerkelijk ruiger repertoire met veel blues en ragtime.


Stranger on the Shore schreef Acker Bilk voor zijn dochter Jenny. De door strijkers begeleide melodie was romantisch en dromerig, maar de echte aantrekkingskracht van het nummer lag in de delicate, licht vibrerende toon van de klarinet. Van de plaat gingen twee miljoen exemplaren over de toonbank. Ook werd de plaat de themamuziek voor de gelijknamige televisieserie. Tegelijktijd bleef Bilk jazzmuzikant. Hij speelde in 1962 bij de Royal Command Performance en toerde met zijn band door de Verenigde Staten. Bovendien speelde Bilk met zijn Paramount Jazz Band in 1962 in de film Band of Thieves. In datzelfde jaar werd de tradionele jazz voor een goed deel van de kaart geveegd door de komst van een andere muzieksoort; The Beatles namen bezit van de hitparades. Hoewel zijn bekendheid werd bepaald door commerciéle hits en de tradionele jazz, stond Bilk open voor de meer moderne jazz. in 1968 nam hij een plaat op met drie grootheden van de Engelse moderne jazz, te weten, de trompettist Ian Carr en de saxofonisten Don Rendell en Joe Harriot. Pianist Stan Tracy leverde de bigband arrangementen voor onder meer een jazzier opname van Stranger on the Shore en enige andere hits van Acker Bilk.

In de jaren die volgden bleef Bilk platen maken, vaak als een formule-opvolger van Stranger on the Shore, met strijker en melancolieke klarinetspel. Het leverde hem in 1976 zelfds nog een hit op op, Aria. Intussen bleef de samenstelling van The Paramount Jazz Band opmerkelijk consistent. De versie met Mike Cotton op trompet, en trombonist/zanger Cambell Burnap hield het tot in de negentiger jaren vol. Daarna trok Bilk zich goeddeels uit het jazzgebeuren terug en hield zich vooral bezig met schilderen. Van tijd tot tijd nam hij platen op, onder andere met collega klarinettist Wally Fawkes. In 2000 werd keelkanker bij hem geconstateerd, maar hij herstelde en bleef concerten geven tot augustus 2013, op het Beacon Festival. Daarna sloeg de ziekte opnieuw en definitief toe. Acker Bilk stierf op 2 November 2014.

Bijdrage: C.P. Vincentius

zondag 26 oktober 2014

JazzContrasten on Spotify - Aflevering 3

Met behulp van Spotify afspeellijsten herleeft een stukje van het oorspronkelijke idee van JazzContrasten. Niet meer in de ether maar online, luister naar aflevering 3 van 'JazzContrasten on Spotify'. Alle afleveringen worden samengevat in één afspeellijst waarop je je kan abonneren via Spotify.

zaterdag 25 oktober 2014

CD: Traeben - Looking at the Storm

Looking at the Storm, het derde album van Traeben, is soms nog kabbelend kijken naar een storm die er aan komt maar in sommige nummers hoor je de storm ook. In alle gevallen is het muziek die je graag aan hebt als het buiten stormt en je zit lekker warm binnen. Spannend, mooi en melodisch.




















Jazz en rock worden op een mooie stylistische manier verbonden. Nooit wordt het ongemakkelijk, het gitaarspel past prachtig in de overige klanken. Waar een relaxte ritme sectie de basis vormt en waar het saxofoon spel op een prettige manier het overzicht behoud.

Na het goed ontvangen Push, levert Traeben met Looking at the storm een waardige opvolger. Het Deens-Nederlandse Jazz kwartet zorgt er met dit album voor dat je zin krijgt om deze muziek live te horen (en te zien)! En gelukkig dat kan, in november in elk geval op een paar plaatsen in Nederland. Kijk voor meer informatie op: traeben.com

zondag 5 oktober 2014

CD: Levin Brothers - idem

Bassist Tony Levin, (o.a. bij Peter Gabriel, King Crimson), werkt voor het eerst samen met zijn broer, de keyboardspeler Pete Levin (speelde met o.a. Miles Davis, Gil Evans, Jaco Pastorius, Wayne Shorter). Ze brengen een album uit met muziek waar ze als kinderen graag naar luisterden - de 'cool jazz' van de jaren '50. Tony op cello en bas en Pete op orgel en piano worden bijgestaan door David Spinozza op gitaar, saxofonist Erik Lawrence en drummer Jeff 'Siege' Siegel. Drummer Steve Gadd drumt mee op de nummers 'Bassics' en 'Fishy Takes A Walk', een vervolg op een langdurige samenwerking Tony en Steve die al ontstond op school.

De opnames voor het album vonden plaats in Scott Petito's NRS Studio in de buurt van Woodstock. De broers schreven 13 nieuwe nummers voor het album, daarnaast haalde ook het mooi 'Matte Kudusai' van King Crimson het album.


Luister hieronder naar audio fragmenten van het album van de Levin Brothers:



Tony Levin: "This album's about a few things. It's a long overdue 'first record' by two brothers who've been making records individually for ... well, a lot of years! And it's a return home, for me and Pete, to the music we first shared as kids - the 'cool jazz' of the 50's. So it's been a labor of love to write pieces in that style, woodshed my cello playing, so as to use it as a lead instrument, and put together a record with melody based songs, short solos, and, hopefully, the chemistry of musicians who play like ... like brothers! "You'll see us in suits in the session photos - that was an effort to help be immersed in the genre of the music. Back in the 50's, I guess everyone put on a suit and tie to go to work, even jazz players. It took awhile to get used to, but was actually kind of fun. Old school! "We think this album will appeal to anyone who likes instrumental music, and it's a special treat to be able to offer it in vinyl (with digital download card, of course) as well as CD."

Kijk voor meer informatie op: thelevinbrothers.com


zondag 14 september 2014

JazzContrasten on Spotify - Aflevering 2

JazzContrasten is ooit begonnen als radioprogramma op Radio Voorne, de lokale radiozender voor Voorne-Putten en Rozenburg. Het idee achter JazzContrasten was om de contrasten in de jazz te laten horen, elke vrijdagavond een uur lang jazz nieuws, nieuwe jazz, oude jazz en alle facetten van de jazz. Sinds 2006 is JazzContrasten online te vinden als weblog met jazz nieuws en nieuwe jazz. Niets is echter zo leuk als het luisteren naar jazz, met behulp van Spotify afspeellijsten herleeft nu toch een stukje van het oorspronkelijke idee van JazzContrasten. Hierbij aflevering 2 van 'JazzContrasten on Spotify'. Alle afleveringen worden samengevat in één afspeellijst waarop je je kan abonneren via Spotify.

zaterdag 6 september 2014

CD: Wolfgang Maiwald Trio - The Silent Ones

Hoewel de titel ‘The Silent Ones’ anders doet vermoeden staan er op de tweede cd van pianist Wolfgang Maiwald zeker niet alleen Silent Ones. Het Wolfgang Maiwald Trio is geen dertien in een dozijn trio. Het heeft een eigen geluid wat terug te horen is in mooie melodieuze nummers, spannend, sferisch van ballads tot uptempo.



Kreeg het debuutalbum van het trio al lovende kritieken, met dit tweede album benadrukt Wolfgang Maiwald nog eens extra zijn eigen geluid. Een geluid waar je ook een derde cd van wil horen. Samen met bassist Guus Bakker en drummer Pim Dros zet Maiwald een trio neer wat voortborduurt op de jazztraditie, maar wat ook voldoende ruimte neemt voor eigen interpretatie.

De twaalf nummers op ‘The Silent Ones’ zijn voor het merendeel van de hand van Maiwald, maar ook bassist Bakker leverde een bijdrage met het nummer ‘Fornette’. Verder zijn er uitvoeringen te horen van Herbie Hancock’s ‘Sonrisa’ en het prachtige ‘Lament’ van trombonist J.J. Johnson. Een mooi eerbetoon is er met het nummer ‘Tribute to Rob’ opgedragen aan één van de leermeesters van Wolfgang Maiwald, de in 2003 overleden Rob Madna. Andere muzikanten waar hij middels een nummer bewondering voor toont zijn saxofonist Toon Roos (Toontune) en de Britse pianist John Taylor (Mr. J.T.). Hoogtepunten op het album zijn ‘Flamenica’, ‘Circles’ en het titelnummer ‘The Silent Ones’.

Ter promotie van het nieuwe album is het Wolfgang Maiwald Trio de komende maanden op tour. De officiële presentatie van het album is op 21 september in de North Sea Jazz club in Amsterdam. Check voor de overige tourdata de website: www.maiwaldmusic.com

zondag 31 augustus 2014

John Blake Jr 1947 - 2014

John Blake Jr, jazzviolist overleed 15 augustus 2014 in Philadelphia aan huidkanker. Hij werd 67 jaar. Blake combineerde een degelijke klassieke techniek met de expressiviteit van de Afrikaaan- Amerikaanse spirituals, volksmuziek en blues. In zijn muziek stonden energie en helderheid voorop. Stilistisch lagen zijn voorkeuren meestal bij post-bop en jazz-funk.



Na een relatief lange periode na zijn klassieke opleiding vond hij zijn weg in de jazz. Hij speelde op platen van Archie Shepp, Grover Washington Jr en pianist McCoy Tyner. Daarnaast gaf Blake les onder meer aan Jeremy Kittel van het Turtle Island Quartet en Sara Caswell van de band van Esperanza Spalding en produceerde hij platen, onder meer voor zijn meest prominente leerlinge: violiste Regina Carter. Blake produceerde haar album uit 2010, 'Reverse Thread'. John Blake werd op 3 juli 1947 in Philadelphia geboren. Hij begon met vioollessen toen hij 9 jaar werd. Later volgden lessen piano en viool aan de Settlement Music School. Hij studeerde in 1969 muziek aan de universiteit van West Virginia. Pas daarna verlegde hij zijn interesse richting jazz. Ook volgde hij een postacademische opleiding in Montreux, Switzerland, waarbij hij bijzondere aandacht voor de muziek van Oost-India aan de dag legde.

Toen hij terugkeerde naar zijn geboortestad Philadelphia volgde hij privélessen in improvisatie en harmonie en voorzag hij zich in zijn levensonderhoud door muzieklessen op scholen en in gevangenissen te geven. Blake pakte elke optreden wat hij kon krijgen, of het nu orkesten, showbands of rhythm and bluesbands waren, hetzij in Philadelphia hetzij in Atlantic City. Scholen, kerken, buurthuizen of kroegen in de buurt, zoals de beruchte Booty Butt Bar, overal trad hij op. Die optredens leverden vaak niet meer dan 15 of 25 dollar per nacht op, maar verschaften Blake daarnaast muzikale ervaringen die voor weinig andere violisten was weggelegd. Hij had een uitgesproken voorliefde voor optreden: 'Er gaat niets boven een optreden. Je kunt het nooit volledig repeteren. Veel van mijn ervaring is terug te voeren op het maken van fouten, maar ook op het geluk om met mensen samen te spelen die me de ruimte gaven om desnoods fouten te maken.'

Al vroeg in zijn loopbaan werkte Blake samen met avant-garde saxophonist Archie Shepp en leverde zijn bijdragen op de albums 'The Cry of My People' en 'Attica Blues.' Hij kreeg meer bekendheid door te spelen bij de diverse formaties van saxofonist Grover Washington Jr. en pianist McCoy Tyner. Beide musici speelden later op de albums die Blake onder eigen naam het licht deed zien. Mc Coy Tyner stimuleerde Blake om composities te gaan schrijven. Op het album 'Horizon' van het Mc Coy Tyner septet leverde Blake, naast zijn bijdragen als solist ook de composities 'Motherland' and 'Woman of Tomorrow. Zelf bracht Blake het tot vijf albums op het Gramavision label, met als eersteling 'Maiden Dance' in 1984. De meest opmerkelijke album onder eigen naam was 'Rhythm and Blue' uit 1986 met de Europese violisten Michael Urbaniak en Didier Lockwood.



Zijn meest recente plaat kwam uit in 2010. 'Motherless Child' is een plaat met liederen en spirituals die hij arrangeerde voor zijn kwartet en Afro Blue, het vocaal ensemble van de Howard Universiteit. Bij deze opnamen is onder meer een instrumentele versie van de traditionele spiritual 'City Called Heaven,' met een indrukwekkende prelude vooor viool solo. Erkenning vanuit de jazzwereld volgde. In de tachtiger jaren werd John Blake vier maal winnaar van de DownBeat Critics’ Poll in de categorie 'Violinist Deserving Wider Recognition.' Die aanbeveling heeft hij in de jaren die volgden meer dan waar gemaakt.

Bijdrage: C.P. Vincentius

maandag 25 augustus 2014

In memoriam: Rob Langereis

Rob Langereis heeft lang meegereisd in de Nederlandse jazz. Bezoekers van de Tor in Enschede kennen hem waarschijnlijk het meest recent van zijn werk met de Dual City Concert Band. Rob was een flexibele muzikant, in de jazz met ensembles van diverse stijlen, maar ook daarbuiten. Zo speelde hij eind jaren zeventig bij Jasperina de Jong en hielp hij Wim T. Schippers mee om diens alter ego Jacques Plafond gestalte te geven. Maar de jazz maakte toch de hoofdmoot van zijn muzikale loopbaan uit. Binnen de jazz speelde Langereis met ensembles van de meest uiteenlopende stijlen. In 1965 maakte hij deel uit van het trio van Louis van Dijk Hij speelde in 1966 bij het Misha Mengelberg/Piet Noordijk kwartet op het Newport Jazz Festival. Het resultaat van die samenwerking is terug te vinden op Journey : Jazz at the Concertgebouw 1966. Maar in de loop der jaren konden ook het Wim Overgauw Quartet, het Cees Slinger Octet en het trio Frans Elsen op zijn begeleidende en solerende rol rekenen.

Met het Metropole Orkest speelde hij van 1 september 1978 tot 31 Mei 1999, o.a. in 1999 bij de opnamen van Raymond Scott: Chesterfield Arrangements 1937-1938. Maar ook op opnamen van Clare Fisher, Lee Konitz, Zoot Sims, Toots Thielemans, Tete Montoliu blueszangers Little Willie Littlefield en Blind John Davis verleende hij zijn bijdrage. Zijn grote ervaring maakte hem flexibel, Hij wist meteen wat de muzikale situatie nodig had. Ook was hij leraar aan het Hilversumse Conservatorium en had onder meer arrangeur/bassist Johan Plomp uit Enschede als leerling. Met Rob Langereis is een van de groten uit het naoorlogse jazzgebeuren in Nederland heengegaan.

 

Bijdrage: C.P. Vincentius

zaterdag 23 augustus 2014

JazzContrasten on Spotify - Aflevering 1

JazzContrasten is ooit begonnen als radioprogramma op Radio Voorne, de lokale radiozender voor Voorne-Putten en Rozenburg. Het idee achter JazzContrasten was om de contrasten in de jazz te laten horen, elke vrijdagavond een uur lang jazz nieuws, nieuwe jazz, oude jazz en alle facetten van de jazz. Sinds 2006 is JazzContrasten online te vinden als weblog met jazz nieuws en nieuwe jazz. Niets is echter zo leuk als het luisteren naar jazz, met behulp van Spotify afspeellijsten herleeft nu toch een stukje van het oorspronkelijke idee van JazzContrasten. Met enige regelmaat zullen er afspeellijsten van ca. een uur verschijnen op JazzContrasten. Al deze afleveringen vatten we samen in een afspeellijst waarop je je kan abonneren via Spotify.

zondag 10 augustus 2014

CD: Benjamin Herman - Trouble

Bijna een maand geleden op 11 juli verscheen ‘Trouble’, het nieuwste album van saxofonist Benjamin Herman werd officieel gereleased tijdens het North Sea Jazz Festival in Rotterdam. Herman's 16e soloplaat. 




Dit keer koos hij voor een samenwerking met de 24-jarige Daniel von Piekartz. ‘Trouble’ is verkrijgbaar op cd, vinyl en digitaal. Voor het eerst in twee decennia heeft Herman een heel album met vocaal werk afgeleverd. Benjamin Herman: “Daniel zou eigenlijk slechts op twee tracks meespelen. Hij is uitzonderlijk muzikaal en de ideeën bleven maar komen. We hadden geen zin om te stoppen.” 

Von Piekartz speelt en zingt op acht van de tien stukken mee. Benjamin Herman heeft al jaren een zeer hecht trio met Ernst Glerum en Joost Patočka. Of het nu de composities van Misha Mengelberg, evergreens of eigen werk betreft, zeker is dat deze worden geïnterpreteerd met visie en “prettige virtuositeit’’ (Volkskrant). Door Herman’s drive en de twee werelden van Glerum (ICP Orchestra) en Patočka (Rita Reys) is het werk van deze formatie altijd van grote klasse. 

Op het nieuwe album ‘Trouble’ staan stukken van onder meer Fats Waller, Henry Mancini en Sly Stone. Veelal voorzien van een postmoderne make-over waar menig nachtclubbezoeker de laatste tram voor zou willen missen. Naast de unieke Daniel von Piekartz is er uiteraard de brille die we van Herman en consorten gewend zijn. Benjamin levert met dit album een prima album af wat zijn brede oeuvre verder completeert.

maandag 28 juli 2014

Charlie Haden 1937 -2014

"Wanneer we samen spelen, lijkt het of twee mensen zingen,' vertelde pianist Keith Jarrett over de 47 jaar dat contrabassist Charlie Haden zijn muzikale compagnon was. Hij deed die uitspraak ter gelegenheid van het verschijnen van 'Last Dance' de cd van het duo, die eerder dit jaar het licht zag. Zijn stijl was niet discreet, hij was geen begeleider die trouw de akkoordenschema's volgde. Daar was zijn carrière in de jazz ook niet naar. Die carrière had een, althans voor een jazzmusicus van de avant-garde, wat exotische start. Hij was het jodelende knaapje Cowboy Charlie in de Haden Family hillbilly band en hij zou dat tot zijn vijftiende blijven.





















In de jaren daarop trad Haden in 1959 toe tot het kwartet van avant-gardist Ornette Coleman. Ornette Coleman was in die dagen bezig een nieuw manier van improviseren te ontwikkelen, een die constant en alert moduleren van de harmonische structuur en de thema's van de te spelen nummers vroeg. Charlie Haden had een warme, ronde en traditionele klank en tegelijkertijd een meer instinctief dan analyserend inzicht van de melodie. De moderne speltechniek voor de contrabas had op dat moment niet zijn voorkeur. Die kwaliteiten, en het gemak waarmee hij op de revolutionaire methoden van Ornette Coleman inspeelde, maakten hem later in zijn carrière favoriet bij veel musici, uiteenlopend in stijl van Don Cherry, Yoko Ono, Pat Metheny en Diana Krall. Hij toonde zich daarnaast een bandleider met karakter, originaliteit en onafhankelijkheid.

Charlie Haden werd op 6 augustus 1937 geboren in Shenandoah, Iowa. Na de muzikale jeugd bij zijn familie begon hij de contrabas te spelen, geholpen door een oudere broer. Zijn zangcarrière eindigt na een aanval van polio. De ommekeer van country richting jazz volgde, toen Haden in 1951 Charlie Parker in Omaha hoorde spelen. De teenager vond allereerst werk bij de countrygitarist Hank Garland, een musicus die de jazz een warm hart toedroeg. Ze traden op in de televisieshow The Ozark Jubilee. Die optredens bleken voor Haden de laatsten in de countrymuziek, voor hij naar Los Angeles verhuisde en zijn studie begon aan het Westlake College of Music. Daar speelde hij met musici als Art Pepper, de Canadese  pianist Paul Bley en de hardbop pianist Hampton Hawes.
Paul Bley boekte met veel lef de 28jarige Ornette Coleman met zijn bijzondere manier van fraseren en aparte opvattingen over melodie voor een seizoen bij de Hillcrest Club, Los Angeles. Haden was van de partij. Ornette Coleman koos Haden voor de opnamen van 'The Shape of Jazz to Come', in 1959 een mijlpaal in Ornette's carrière. Ook was Haden bij het eerste optreden van de band van Coleman in New York en speelde hij op de navolgende LP's van Coleman, zoals 'Change of the Century',' This is Our Music', en de dubbelkwartetopnamen van 'Free Jazz'.

In 1966 verhuisde Haden naar New York in eerste instantie om er free-lance werk te vinden. Een jaar later voegde hij zich opnieuw bij Ornette Coleman, maar hij speelde ook bij het kwartet van pianist Keith Jarrett, wiens ster op dat moment rijzende was, met saxofonist Dewey Redman en drummer Paul Motian. In 1969 presenteerde Charley Haden samen met componiste Carla Bley het Liberation Music Orchestra, een reactie op Amerikaanse oorlogsbemoeienis in Vietnam en Cambodia. Dit orkest had een repertoire van protestliederen, zoals Haden's ´Song for Che´ en Coleman's ´Lonely Woman´. Een concertuitvoering van dit repertoire leidde in 1971 in Portugal tot de arrestatie van Haden, omdat hij ´Song for Che´ opdroeg aan de rebellen in Angola en Mozambique. Het orkest liet steeds opnieuw van zich horen; in 1982 tegen de buitenlandse politiek van Ronald Reagan, in 1989 tegen George Bush Sr. en in 2004 tegen de oneerlijke uitslag van de presidentsverkiezingen ten gunste van George W. Bush.

Gedurende het midden van de jaren zeventig bleef Haden werken bij de formaties van Keith Jarrett, hetgeen resulteerde in LP's als ´Fort Yawuh´ uit 1973 en ´Death and the Flower´ uit 1975. Terugkijkend vond Haden het een van de meest bevrijdende kleine formaties uit die periode.
In 1976 werd hij de hoeksteen van de formatie Old and New Dreams, een eerbetoon aan het Ornette Coleman Quartet, met Dewey Redman op saxofoon en Don Cherry op trompet. In 1982 hield hij zich met drie uiteenlopende activiteiten bezig. Hij werd achtereenvolgens leider van de jazzafdeling van het California Institute of the Arts, maakte de tweede LP van het Liberation Music Orchestra, The Ballad of the Fallen, en werkte zowel met de Noorse saxofonist Jan Garbarek als met de Braziliaanse gitarist Egberto Gismonti. Met het ten tonele voeren van de formatie West, met saxofonist Ernie Watts en pianist Alan Broadbent in 1986 keerde Haden terug naar de klassieke songs die hij als kind had gehoord en naar de soundtracks van film noir, die zijn muziek met een schemerig soort nostalgie vervulde. Tijdens het Montreal Jazz Festival in 1989 waren er acht concerten te zijner ere, onder meer duo´s met de gitaristen Pat Metheny en Jim Hall en de pianist Hank Jones. Met de LP Beyond The Missouri Sky, samen met Metheny, won hij in 1997 een Grammy, een van de drie uit zijn loopbaan. Tot in het midden van jaren negentig maakte hij opnamen, onder meer met de saxofonisten Joe Lovano en Michael Brecker, zangeres Abbey Lincoln en de gitarist John Scofield.


Op de retrospective cd Rambling Boy uit 2008, speelden zijn vrouw en musicus Ruth Cameron en hun kinderen mee. Een film van deze opnamen volgde. Een van de laatste hoogtepunten van de loopbaan van Charlie Haden was het optreden in 2009 van het Liberation Music Orchestra op het Meltdown Festival in Londen. Muziek van Ornette Coleman werd gemixt met die van David Bowie en Samuel Barber. Charlie Haden droeg tijdens dat concert zijn muziek op aan een Amerika dat zowel de dromen van Martin Luther King als de majesteit van het Vrijheidsbeeld waard is.
Het was in de periode dat de polio die zijn jeugd had bepaald, opnieuw opspeelde. Het post polio syndroom bepaalde in toenemende mate zijn resterende jaren. Charlie Haden stierf op 11 juli 2014. Hij werd 76 jaar.

Bijdrage: C.P. Vincentius




zondag 6 juli 2014

Jimmy Scott 1925 - 2014

Het was een hoog, bijna vrouwelijk stemgeluid, dat niet door iedere jazzliefhebber op prijs werd gesteld. Maar het handelsmerk van Jimmy Scott hielp hem wel aan een muzikale loopbaan tussen de groten der jazz van de afgelopen vijftig jaar. Het was ook een loopbaan met veel tegenslag, ellende en jarenlang negeren, voordat hij op latere leeftijd de erkenning kreeg die hij verdiende. De loopbaan  van Jimmy Scott begon in de veertiger jaren en resulteerde in 1950 in een kleine hit  'Everybody’s Somebody’s Fool'. Merkwaardig was dat hij in de roem niet kon delen. Het nummer werd een hit tijdens zijn werk bij de band van Lionel Hampton en de naam van de zanger werd nergens vermeld.



Zelfs met een dergelijke bescheiden presentatie had Jimmy Scott grote invloed op de generatie van zangers na hem, variërend van Nancy Wilson en Dinah Washington tot Frankie Valli, Marvin Gaye .
Hoewel hij muziek maakte van een verfijnde smaak en zijn platen in kleine aantallen werden verkocht, werd hij een soort culturele toetssteen. Er werden documentaires over zijn leven gemaakt, er verscheen een biografie en critici toonden hun waardering voor zijn stijl van zingen. Qua stijl uiteenlopende artiesten als Billie Holiday, Liza Minnelli en David Byrne hadden bewondering voor Scott. Hij werd door Lou Reed uitgenodigd om mee op toernee te gaan, want volgens Reed had Jimmy Scott  de meest uitzonderlijke stem die hij ooit had gehoord. De regisseur David Lynch vroeg hem voor de laatste episode van het TVdrama 'Twin Peaks', waarvoor hij 'Sycamore Trees' zong. De songs van Jimmy Scott belandden op de soundtracks van films als 'Glengarry Glen Ross' en 'Philadelphia'.

Zijn stem reikte tussen alt en mezzosporaan, maar er klonk mannelijk kracht in door. Door een hormonale afwijking in zijn jeugd, die later bekend werd als het Kellmann Syndroom, kwam Scott nooit door zijn puberteit en veranderde zijn stem niet toen hij volwassen werd. Hij was tenger gebouwd, had geen gezichtshaar en was klein, tot hij rond zijn dertigste levensjaar onverwacht toch nog in lengte toenam. Jarenlang stond hij te boek als Little Jimmy Scott. Hij trouwde vijf keer en had een aantal vriendinnen, maar hij had een androgene uitstraling die leidde tot kleineren, vernederen en pijnlijke discussies. In zijn biografie Faith in Time: The Life of Jimmy Scott  vertelde hij: Tijdens mijn volwassenheid keken mensen naar me alsof ik iets geks was. Ik werd voor homo, meisje, oud wijf, idioot en flikker uitgemaakt. Men vond mijn zang te vrouwelijk. Ze konden me in geen enkele categorie plaatsen, niet in mannelijk of vrouwelijk, niet in pop of jazz. Maar ik zag al vroeg dat mijn lijden ook mijn redding zou zijn.'

Scott zettte zijn problemen om in een dramatische en originele stijl van zingen. Hoewel hij geen noot kon lezen, begreep hij de diepere betekenis van de teksten en was op zijn best in emotionele ballads zoals 'I’ll Be Around', 'Sometimes I Feel Like a Motherless Child' en 'Why Was I Born?' Hij zong vaak in een zeer langzaam tempo, zodat hij gelegenheid kreeg om de teksten naar inhoud te accentueren en zo aan algemeen bekende standards een andere emotionele lading te geven. In een interview in 1988 schetste Quincy Jones hoe Jimmy Scott in de vijftiger jaren optrad. 'Hij stond daar maar met zijn schouders omhoog, zijn ogen gesloten en met zijn hoofd naar een kant. Hij zong als een blaasinstrument, met het muzikale concept van iemand die een instrument bespeelt. Het was een zeer emotionele stijl, die diep in je ziel doordrong.'

James Victor Scott werd in Cleveland geboren in een gezin van tien kinderen. Zijn  vader was wegenbouwer. Zijn moeder speelde piano in de kerk. Toen Jimmy dertien was overleed zijn moeder. Toen zij haar dochter probeerde te redden bij het oversteken, stierf zij na aanrijding door een auto. Maanden eerder stopte de groei van Jimmy Scott  en kreeg hij te horen hoe het met de genetische fout zat, waaraan ook een broer en twee ooms leden. Zijn vader bleek niet staat het gezin bijeen te houden en de kinderen raakten verspreid over weeshuizen en pleeggezinnen. Hierdoor maakte Scott zijn middelbare school nooit af en waren zijn eerste baantjes schoonmaker in een theater en verzorger bij een dansensemble.

In 1944 sloot hij zich aan bij de rondreizende revue van Estelle “Caledonia” Young,  en begon hij te zingen in kleine theaters in het midden westen van de Amerika. In 1948 werd hij zanger bij de band van Hampton en nam hij in 1949 'Everybody’s Somebody’s Fool' op, dat het tot No. 6 van de Billboard R&B chart in 1950 bracht. Hij werkte van tijd tot tijd bij Hampton tot 1953 en trad in dat jaar bij de inauguratie van president Dwight D. Eisenhower op. Veertig jaar later deed hij hetzelfde bij de inauguratie van president Bill Clinton.

In de vijftiger jaren maakte Scott een paar opnames voor kleinere labels, waarbij opnames met een groep die door pianist Billy Taylor werd geleid. Bovendien trad Scott op in clubs zowel in New York als in New Jersey en maakte hij opnamen voor het Savoy label, dat hem ten onrechte presenteerde als een rhythm-and-blueszanger. 1963 werd het jaar van  'Falling in Love Is Wonderful', een LP vol prachtige ballads. Jimmy Scott was op de top van zijn vocale kunnen. Omdat hij meende niet meer bij Savoy onder contract te staan, maakte hij opnamen  voor het Tangerine label van Ray Charles. Toen die LP de nodige aandacht bij de radiostations kreeg, dreigde de eigenaar van het Savoy label, Herman Leblinsky, met juridische actie. Hij claimde een levenslang contract met Scott te hebben. Dit meningsverschil leidde er toe dat de nieuw LP van Scott uit de platenbakken verdween. en pas veertig jaar later opnieuw werd uitgebracht. Ook de LP 'The Source' die het  Savoylabel in 1969 zou uitbrengen, bleef op de planken en verscheen pas officeel in 200. Door deze problemen besloot Jimmy Scott zijn zangcarrière niet voort te zetten. Hij vestigde zich in Cleveland en hield zich in leven met baantjes als kok en ziekenhuishulp. Hij had in die periode een gigantisch drankprobleem dat onder meer bijdroeg aan vier opeenvolgende huwelijken en scheidingen.



Erkenning en herwaardering van zijn unieke talent kwam geleidelijk aan eind tachtiger jaren en kwam goed op gang in 1991. Scott was jarenlang bevriend met Doc Pomus, schrijver van een aantal klassieke popsongs zoals  'This Magic Moment' en 'Save the Last Dance for Me'. Pomus had gevraagd of Jimmy Scott op zijn begrafenis George and Ira Gershwin’s  'Someone to Watch Over Me' zou willen zingen. Toen Scott begon te zingen, was het publiek aan de grond genageld. Weinigen wisten nog wie Jimmy Scott was. Een van de aanwezigen was Seymour Stein, een stafmedewerker bij Sire Records. Toen rij na rij fluisterend de vraag werd gesteld wie de zanger was, realiseerde Stein zich dat dit Jimmy Scott zou moeten zijn. De dag daarop begonnen de onderhandelingen over een contract en in 1992 verscheen er een nieuwe cd met medewerking van onder meer Kenny Barron, Ron Carter, Grady Tate en  David 'Fathead' Newman. 'All the Way' werd overal lovend ontvangen, bereikte no.4 op de Billboard Jazz hitlijst en kreeg een nominatie voor een Grammy.  De cd 'Holding Back The Years'werd in oktober 1998 uitgebracht door Artists Only Records  en steeg naar no. 14 op de Billboard Jazz Albums hitlijstt.  Op de titelsong was het voor het eerst in zijn lange loopbaan dat Jimmy Scott zijn eigen zang overdubde.  De cd bevatte veel  actuele popsongs zoals 'Nothing Compares 2 U' (geschreven door Prince en beroemd door Sinhead O' Connor),  'Jealous Guy' van John Lennon, 'Almost Blue' van Elvis Costello en 'Sorry Seems To Be The Hardest Word'van Elton John & Bernie Taupin. Jimmy Scott sleet zijn laatste jaren in Las Vegas en bleef tot drie jaar voor zijn overlijden optreden. Hij kon terugzien op een carrière van bijna vijfenzestig jaar. Op 12 juni 2014 overleed hij in zijn huis in Las Vegas. Hij werd 88 jaar.


Bijdrage: C.P. Vincentius