zaterdag 31 augustus 2013

CD: Ben van den Dungen Quartet - Ciao City

Met Ciao City levert saxofonist Ben van den Dungen het eerste album af van het 'Ben van den Dungen Quartet'. Meer dan 80 cd's gingen daaraan vooraf in vele verschillende settings waar van den Dungen altijd in de luwte van de groep zijn bijdrage leverde. Voor Ciao City treed hij meer op de voorgrond en verzamelde een drietal topmuzikanten om zich heen om een album te maken met nieuw eigen werk aangevuld met bestaande stukken die voor het album opnieuw gearrangeerd zijn.

Naast van den Dungen op tenor- en sopranosax bestaat het Quartet uit bassist Marius Beets, drummer Gijs Dijkhuizen en op de piano het jonge jazztalent Miquel Rodriguez. "Jazz moet 'danceable' zijn en de blues moet er in zitten" een uitspraak van jazz-icoon Art Blakey heeft van den Dungen als uitgangspunt genomen voor de nieuwe composities die hij schreef voor het album en voor de arrangementen van de bestaande stukken. Conclusie na het beluisteren van het album is dat hij is geslaagd in deze opzet. Het is een album waar de bestaande stukken - met name de oudere composities van o.a. Thelonius Monk en Horace Silver - passen in de sfeer van de nieuwe composities. In de liner notes schrijft van den Dungen dat er best veel tracks (14) op het album staan, maar dat hij gewoon geen keus kon maken tussen de nummers. Een goede keus die geen enkele luisteraar van de cd zal betwisten.

In het najaar doet het Quartet een clubtour in Nederland welke 6 september start in Rotterdam. Kijk voor meer data op: www.benvandendungen.nl.

So in love is een van de nieuwe video’s van het Ben van den Dungen Quartet:



Track 1 van Ciao City:

zaterdag 17 augustus 2013

Zonder Pat Metheny geen JazzContrasten

Pat Metheny is één van de artiesten waardoor ik ooit met jazz in aanraking ben gekomen, of hoe ik er aan verslaafd ben geraakt, zo mag je het ook zeggen. Hij was medeverantwoordelijk (zonder dat hij daar van op de hoogte is) voor het ontstaan van het radioprogramma JazzContrasten en het huidige blog. Zijn muziek kent vele stijlen en daardoor ook contrasten. Ik ken mensen die één album mooi vinden, hem kennen van 'This is not America' van David Bowie, mensen die gek zijn op de Pat Metheny Group, een periode van de groep, op het Pat Metheny Trio, Pat Metheny solo en zo kan ik nog wel even door gaan. Onderstaand filmpje vond ik op de Google+ groep +Pat Metheny, op de pagina staan nog veel meer mooie voorbeelden van de vele contrasten uit het omvangrijke repertoire van gitarist Pat Metheny.

Jazz met eeuwigheidswaarde


Op woensdag 17 juli 2013 trad dixielandjazzmusicus Lionel Ferbos op ter gelegenheid van zijn 102de verjaardag. De verjaardagspartij vond plaats in het Palm Court Jazz Cafe in New Orleans. Ferbos kocht zijn eerste trompet in een pandjeshuis in Rampart Street, The French Quarter, toen hij net vijftien jaar oud was.

Zijn lichaam vertoont duidelijke slijtage. De laatste jaren is hij regelmatig opgenomen in het ziekenhuis. Verleden jaar kreeg hij een pacemaker. Soms heeft de Creoolse zanger en trompettist een rolstoel nodig om te komen waar hij wil komen. Hij is vastbesloten te blijven spelen en zingen. Onlangs zong hij nog op een verjaardagspartij in het National Museum of World War II. Keurig in het pak met button-up shirt en stropdas poseert hij voor foto's en lacht in de lens. Hij krijgt ieders aandacht, zodra hij soleert in een uptempo versie van “Happy Birthday.” 'Ooit dacht ik dat ik zo rond mijn zestigste zou sterven,'vertelt hij lachend. Een jazzbegrafenis ligt voor hem niet in het verschiet, hoewel hij zich over zijn hoge leeftijd verbaasd. 'Wat moet ik er van zeggen, vindt hij. 'Weetje, ik heb hier nooit van kunnen dromen.' Dat klinkt niet slecht voor een kerel die op 17 juli 1911 is geboren, zeven maanden voor de Titanic richting zeebodem koerste en enige jaren voor de Eerste Wereldoorlog uitbrak.

Op dit moment geldt Ferbos als de oudste nog actieve musicus in New Orleans, de toegangspoort naar de Mississippi, waar bejaarde jazzmusici rondwaren. 'Hij heeft zo'n herkenbare zang en het is altijd prachtig, om het even of hij zingt of dat hij trompet speelt,' verklaart Al Kennedy, die al jarenlang vriend en fan van Forbes is. 'Hij is iemand waar jongere musici aandacht aan zouden moeten besteden, vanwege de manier waarop hij optreedt, de manier waarop hij zich kleedt, de zorg waarmee hij zijn trompet omgeeft en er op speelt.'

Aanvankelijk waren de perspectieven voor de jeugdige Forbes minder rooskleurig. Hij was een kind dat aan astma leed. Als het aan zijn ouders had gelegen had hij nooit een blaasinstrument in handen gekregen. Wel mocht hij banjo spelen, maar toen hij een damesorkest met blaasinstrument zag en hoorde, was hij van mening dat wat de dames konden, ook binnen zijn bereik lag. Forbes zette door, ook al bestonden de lessen die hij van Professor Paul Chaligny kreeg, de eerste tijd vooral uit bladlezen. Het legde een basis, waar hij later profijt van had. Zijn eerste professionele optreden waren in het begin van de dertiger jaren met jazzorkesten als de Starlight Serenaders en de Moonlight Serenaders. Ook speelde hij bij Captain Handy’s Louisiana Shakers, Walter Pichon en begeleidde de show "One Mo' Time".

Hij speelde gedurende zijn loopbaan was hij veel gevraagd, waarbij zijn kennis van bladmuziek hem aan de meest uiteenlopende optredens hielp van scholen, kerken, en dance halls tot gevangenissen toe. Vanaf het begin van het New Orleans Jazz & Heritage Festival in 1970 heeft hij daar opgetreden. In de tussentijd werkte Forbes als loodgieter en maakte van alles: goten, dakbedekkingen en leidingen voor airconditioning voor woningen en zakenpanden.
Forbes heeft nog steeds veel fans, vooral van zijn ragtimejazzstijl. Zijn band staat al meer dan twintig jaar in het Palm Court Jazz Cafe op zaterdagavonden, voor plaatselijk publiek en voor toeristen. Waarmee blijkt: jazz blijkt toch voorwaarde voor een lang en creatief leven.

Bijdrage: C.P. Vincentius

vrijdag 16 augustus 2013

Carline Ray, moeder van jazz zangeres Catherine Russell, overleden

Na een lang en actief leven als zangeres en musicus én als activiste voor gelijke behandeling van vrouwen is Carline Ray op donderdag 19 juli 2013 overleden op 88-jarige leeftijd. Haar leven werd bepaald door de jazz. Carline Ray werd op 21 april 1925 in Manhattan geboren. Zelfbewustzijn en zelfverzekerd zijn waren bepalend voor het Afro- Amerikaanse milieu waarin Carline werd geboren. Haar vader, Elisha Ray, was een trompettist die -in hetzelfde jaar dat Carline werd geboren -zijn studie aan Juilliard School of Music voltooide. Elisha Ray had met de ragtimebandleider James Reese Europe gespeeld en kreeg aanbiedingen voor meer werk in de muziek. Om echter zijn gezin een stabiele inkomensbron te verschaffen, koos vader Ray voor een baan bij het postkantoor. In navolging van haar vader ging Carline Ray op zestienjarige leeftijd aan het Juilliard studeren. Haar studie duurde vijf jaar. Binnen die periode veranderde zij van studierichting, van piano naar compositie. Later, in 1956, toen ze al jaren als beroepsmusicus werkte, haalde ze haar doctorstitel op de Manhattan School of Music.

Toen Carline Ray in 1946 samen met haar vriendin Edna Smith afstudeerde op de Juilliard School of Music, besloten beide dames zich aan te sluiten bij International Sweethearts Of Rhythm, een damesorkest met een zeer swingende reputatie. Deze International Sweethearts Of Rhythm was een damesorkest dat ooit in de vroege dertiger jaren was geformeerd op een school vooor zeer arme zwarte meisjes in Mississippi en vlak na de Tweede Wereldoorlog opnieuw werd opgericht. Carline Ray speelde gitaar en zong. Na deze opstap naar een professionele loopbaan sloot zij zich in 1948 aan bij de populaire Erskine Hawkins And His Orchestra. De tweede helft van de veertiger jaren waren echter een magere tijd voor de meest bigbands uit het swingtijdperk. Na Erskine Hawkins formeerde Ray een trio met voormalig medestudente Edna Smith en ex Sweetheart collega Pauline Braddy. Dit trio vormde enige tijd de basis, daarnaast speelde Carline Ray als ervaren gitariste en bassiste mee bij diverse muzikale projecten, zoals het Sy Oliver Orkest, het Duke Ellington Orchestra onder leiding van Mercer Ellington, formaties rond pianiste en componiste Mary Lou Williams, van tromboniste componiste Melba Liston en als begeleidster van zangeres Ruth Brown. Ze trouwde met bandleider Luis Russell, in de periode dat deze het begeleidingsorkest van Louis Armstrong leidde. Toen Luis Russell in 1963 stierf, was Catherine Russell zeven jaar oud. Hoewel alleenstaande moeder, bleef Carline Ray als musicus actief. Zij nam haar dochter mee naar plaatopnamen en optredens. in de volgende tientallen jaren werkte ze veel als sessiemuzikant in studio's en speelde vaak electrisch bas. Daarnaast zong ze klassiek koorwerk, waaronder optredens met Kerstmuziek onder leiding van Leonard Bernstein. Ook was ze back-up zangeres bij opnames van Patti Page, Bobby Darrin en anderen. Vaak zong en speelde bas bij het Alvin Ailey American Dance Theater, zoals bij de uitvoering in 1971 van “Mary Lou’s Mass,” van Mary Lou Williams.

In 1980 kreeg ze een studiebeurs om acoutische contrabas te studeren bij jazzveteraan Major Holley. Haar loopbaan besloeg een periode van bijna zeventig jaar, waarin zij diverse instrumenten bespeelde en zich met verschillende muziekgenres bezighield, van calypso tot kerkkoren. Carline Ray zette zich bijzonder in voor de erkenning van vrouwen in de jazz en trad zodoende ook op in de documentaire "The Girls in the Band," onder de regie van Judy Chaikin. De gitariste vertelde in deze film aan schrijfster Sally Placksin: 'Ik wil allereerst serieus genomen worden als musicus. Dat ik vrouw ben, komt omdat ik dat nou eenmaal ben.' Carline Ray had haar trots, maar voelde desondanks de noodzaak zichzelf te bewijzen in een wereld die voornamelijk door mannen werd gedomineerd. Volgens haar dochter, Catherine Russell, wilde ze nooit dat iemand haar hielp met haar versterker of met haar contrabas. In 2005 mocht Carline de Kennedy Center's Mary Lou Williams Women in Jazz Festival Award in ontvangst nemen, in 2008 gevolgd door de International Women In Jazz Award.

Na een lang leven als musicus in dienst van anderen trad ze pas dit jaar in de schijnwerpers met een eigen soloalbum "Carline Ray - Vocal Sides." Haar dochter Catherine hielp haar bij de keuze van de songs en van de arrangementen. Carline Ray laat haar dochter, Catherine Russell, en haar zuster, Irma Sloan, achter.

Bijdrage: C.P. Vincentius

maandag 12 augustus 2013

James “T-Model” Ford, bluesmuzikant to het bittere einde


De sterfdatum van James “T-Model” Ford leverde geen problemen op, de plusminus 93-jarige overleed op 16 juli 2013. Bij zijn geboortedatum lag dat anders. Ford had geen idee, volgens hem was het ergens tussen 1920 en 1923. Hij werd in diepe armoede geboren in Forest, Mississippi. Als kind werd hij door zijn vader zo vaak en zo grondig afgeranseld dat hij een testikel verloor. Hij bezocht geen enkele school en bleef zijn hele leven  analfabeet. Zijn levensonderhoud verdiende hij door op het veld te werken of hand en spandiensten te verrichten. Als jongeman kreeg hij tien jaar cel omdat hij een man tijdens een kroeggevecht had gedood. Ford hield vol dat het zelfverdediging was geweest en die claim bepaalde de strafmaat. Na twee jaar werd zijn vonnis ongedaan gemaakt. De littekens van de chaingang, de dwangarbeid door gevangenen in lange geketende rijen, bleven zijn leven lang zichtbaar op zijn enkels. De stijl van T-Model Ford was rauw en ongepolijst. Ford zelf gaf aan dat hij pas in de tweede helft van zijn leven, op 58-jarige leeftijd, gitaar begon te spelen. Zijn vijfde vrouw verliet hem en gaf hem ter afscheid een gitaar. Hij begon op het instrument te tokkelen en zong erbij, terwijl hij de hele nacht whiskey dronk. Zo begon een van de meest vreemde carrières in de blues. De erkenning kwam niet onmiddelijk.

Zijn optredens waren in de eerste jaren beperkt tot de juke-joints, de bars en kleine dance halls voor Afro-Amerikanen op het platteland van Mississippi. Zijn muzikale loopbaan zou waarschijnlijk nooit verder dan dit plaatselijke circuit zijn gekomen, wanneer niet Matthew Johnson, een vers afgestudeerde van de Ole Miss University, Ford zag optreden en hem in 1995 een contract aanbood voor zijn platenlabel Fat Possum. Fat Possum had toen al in belangrijke mate commercieel succes met twee andere bluesveteranen uit de Mississippidelta, RL Burnside en Junior Kimbrough.
Met T-Model Ford kreeg het label een musicus die authentiek en tegelijkertijd primitief was en aan het ideaal van “punk rock blues” voldeed.

Op zijn debut album Pee-Wee Get My Gun uit 1997, werd Ford uitsluitend begeleid door Spam, een plaatselijke drummer, die een zeer eenvoudig drumstel bespeelde. Ford was toen al ouder van zeventig jaar. Het duo speelde in de hill-country style van Noord- Mississippi, die bestond uit een hypnotiserende boogie groove waarover Ford half praatte, half zong en schreeuwde. In America, Europe en Japan mocht het album op een warm onthaal rekenen en voor de eerste keer in zijn leven verliet Ford Mississippi om op toernee te gaan. Eenmaal in het circuit van optredens, toernees en interviews merkte hij dat journalisten meer dan gewone belangstelling hadden voor zowel zijn levensverhaal als voor de brutale, vaak platvloerse humor waarmee hij zijn songs doorspekte.

Ford mocht misschien geen man van de wereld zijn, maar hij vervulde de rol van bluesmuzikant met veel bravour, zowel op festivals als in de concertzalen. Eens trad hij in het Barbican centre in London op in een rolstoel. In de tien jaar volgende op zijn eerste album bracht hij nog vier albums uit. Op het album The Ladies Man uit 2010 vatte hij zijn leven samen, waarbij de nadruk werd gelegd op zijn zes huwelijken en de 26 kinderen van wie hij het vaderschap erkende. Geen slechte score voor een man met een testikel. Door de jaren heen veranderde er weinig aan zijn geluid. Terwijl andere veteranen uit het bluescircuit hun stijl vaak aanpasten, bleef hij zijn eigenzinnige stijl trouw. Tijdens zijn carrière als laatbloeier bleef hij met inzet werken en bleef genieten van zijn succes. Hij trad op in de documentaire You Hear Me Laughin’ uit 2002 en cartoonist Joe Sacco vereeuwigde hem voor het tijdschrift Vanity Fair. In 2008 kreeg hij een pacemaker en in 2010 kreeg hij een kleine beroerte. Hij bleef optreden, hoewel een volgende beroerte in 2012 hem ernstig beperkte. Vastbesloten tot het laataste toe, probeerde hij van tijd tot tijd op in Mississippi op te treden.

UPDATE:  


Bijdrage: C.P. Vincentius

zondag 11 augustus 2013

Peter Ypma 1942 - 2013


De brushes rusten definitief. Op maandagochtend 29 juli 2013, 14 dagen na zijn 71e verjaardag, is jazzdrummer en oud-docent Peter Ypma overleden. Peter Ypma was 16 jaar en toen hij zijn eerste, lichtblauw parelmoer, Westend drumstel kocht. Hij stopte vlak daarna met zijn opleiding aan het Haagse Thorbecke Lyceum. Een jaar later speelde hij op de Holland-Amerika Lijn en maakte kennis met de Amerikaanse jazzscene. In 1959, hij was toen 17 jaar, speelde hij in New York. Daarvan wist hij nog: "Ah, New York, ja, ik zag er een optreden van een fantastische, toen pas 13-jarige jazzdrummer: Tony Williams. Ik genoot met volle teugen. Tony was zo jong en had al zoveel in huis. Tony stierf in 1997, op 51-jarige leeftijd. Maar dat drumstel waar hij toen op speelde, die maten, die kleur! Het was een Gretsch, met voor mij toen heel bijzondere maten: 18 x 14, 12 x 8, 14 x 14 en 14 x 4,5 inch. Lekker klein, in de kleur silver sparkle. En wat klonk dat goed. Toen ik die kit hoorde wist ik het: ik wilde zo'n drumstel als Tony Williams had."

Tegen het einde van zijn opleiding klassiek slagwerk in Den Haag in 1962 speelde hij eerst bij Down Town Jazz Band van Roefie Hueting. In september 1965 reisde hij af naar Australië en Nieuw-Zeeland met het Dutch Swing College onder leiding van Peter Schilperoort, als vervanger van Louis de Lussanet. Met de DSC maakte Ypma verschillende langspeelplaten, waaronder de live-opname ‘20 Years DSC’ en het studioalbum ‘Tribute to Louis Armstrong’. Vervolgens speelde hij vanaf mei 1966 een jaar als bigbandjazzdrummer voor het orkest van de Sender Freies Berlin o.l.v Jerry van Rooijen in het toen nog bezette Berlijn. Onder meer begeleidde hij in die periode Art Farmer, Joe Zawinul, Benny Bailey, Carmen McRae en Eugen Cicero. Terug in Nederland leverde hij bijdragen aan het Vara Dansorkest, het Metropole Orkest, Rogier van Otterloo en het Radio Filharmonisch Orkest en meerdere kleine jazzformaties. Zo speelde hij bij The Diamond Five en maakte met die formatie opnames met Greetje Kauffeld. Peter Ypma was voor een periode van 25 jaar de vaste begeleider van Rita Reys in het trio van Pim Jacobs met Ruud Jacobs op contrabas. Daarnaast speelde hij bij het Metropole Orkest onder leiding van Rogier van Otterloo met vele groten der aarde zoals Ella Fitzgerald, Bill Evans, Phil Woods en Toots Thielemans in het programma Metro’s Midnight Music.

Ypma was als docent slagwerk, ritmische scholing en ensembleleiding sinds de jaren tachtig tot aan zijn pensioen verbonden aan het Rotterdams Conservatorium. Hij was een van de docenten die de opleiding lichte muziek (nu jazz-, pop- en wereldmuziekafdeling) vorm gaf en op de kaart zette. In Indonesië werkte hij mee aan de opzet en ontwikkeling van het conservatorium in Jakarta. Ypma bleef vooral jazzdrummer. Hij werkte met groten in de jazzmuziek als Monty Alexander, Dexter Gordon, Thad Jones en Ben Webster.

In 1990 begon hij zijn eigen bigband, Peter Ypma plus Eleven, een twaalfmans bebopformatie waarmee hij meerdere malen op het North Sea Jazz Festival heeft gespeeld.
Peter Ypma wordt door collega musici en oud-studenten herinnerd als een betrokken en gepassioneerd musicus en docent met een grote dosis humor. Veel drummers van naam, waaronder Hans van Oosterhout, Arnoud Gerritse, Juan van Emmerloot, Joost Kroon en Lucas van Merwijk zijn door hem opgeleid. Peter Ypma is 71 jaar geworden.

Bijdrage: C.P. Vincentius