zondag 14 augustus 2011

Bix Beiderdecke’s laatste opnames, 80 jaar geleden

’t Was begin augustus 2011 tachtig jaar geleden dat kornettist Bix Beiderdecke in zijn huis in Queens, New York, een vlaag van verstandsverbijstering kreeg en onmiddellijk daarop overleed. Een gesloopte geest stierf in een gesloopt lichaam. De 28-jarige Beiderbecke was langdurig aan alcohol verslaafd. Drank was toentertijd in de Verenigde Staten nog niet grondwettelijk aan beperkende bepalingen onderhevig. De meeste spiritualiën bevatten ofwel ethanol ofwel het relatief goedkopere isopropyl. Goedkope alcohol bleek van tijd tot tijd een goedkope manier om blind te worden. Beiderbecke dronk zichzelf dood, op dezelfde manier waarop Amy Winehouse zich ten gronde richtte.



Tegen het einde van de twintiger jaren was Bix Beiderbecke niet de beste of snelste trompettist in de jazzscene. Louis Armstrong hield die stoel al bezet. Beiderbecke exploreerde in een tijd waarin jazz ‘hot’ diende te zijn een ‘coolere’ benadering. Zijn lichtere trompetspel baseerde zich op zuiverheid en helderheid, met een vlekkeloze syncopering. Ook was Beiderbecke een van de eersten die met ruimte speelde, net even achter de maat, zodat de voet van de luisteraar deze kon volgen. Ook in uptempo-nummers bleef hij relaxed en hield ervan de juiste noten precies te accentueren. Die typering gold voor zijn beste periodes, niet voor de nadagen van zijn carrière.
Zijn laatst bekende opnames dateren van een jaar voor zijn overlijden.

In de namiddag van 15 september 1930 zou hij met het orkest van Hoagy Carmichael in de studio van Victor op West 24th Street, New York, drie nummers opnemen. Vreemd getal eigenlijk, omdat de meeste opnamesessies indertijd even aantallen programmeerden om zo de beide zijden van een 78-toeren schellak te vullen. Op die septemberdag nam het orkest de oorspronkelijke versie van Georgia on My Mind op en voorts One Night in Havana en twee takes van Bessie Couldn't Help It op. Dit Bessie Couldn't Help It zouden de laatste opnamen van Bix worden.

Volgens de biografie van Beiderbecke van Richard Sudhalter en Philip Evans gebeurde er het volgende: Nog tien minuten, de opnameleider L.L. Watson vroeg de musici hun plaatsen in te nemen. Jimmy Dorsey, Bud Freeman en zelfs de kamergenoot van Bix, Ray Lodwig, iedereen bleek present. Behalve Bix. Toevallig keek Jack Teagarden naar een duistere hoek van de studio. Daar zat Bix, met zijn cornet op zijn knieën en speelde met de ventielen, terwijl hij onhoorbaar in zichzelf praatte. De hele tijd had hij daar gezeten. ‘Big Tea’ zoals collega’s hem noemden, liep rustig naar Bix en hoorde nog net enige zacht gefluisterde woorden. ‘Kom op, geef me deze keer een kans. Stel me niet teleur.’ Zo praatte hij tegen de cornet alsof dit instrument alleen kon beslissen of hij de sessie kon voltooien. Ook Hoagy Carmichael herinnerde zich de nervositeit van Bix op die dag: ‘Maar zodra hij speelde, was hij in orde en verhief hij echt de muziek.’ Bix kwam niet aan bod in het derde nummer van de sessie een nummer met een rumbaritme.

Aansluitend aan deze opnamesessie was Bix keer op keer absent tijdens een serie van radio-opnamen voor Camel Hour. Als hij al op kwam dagen, was zijn spel matig. Hij zette de cornet aan zijn lippen, om er vervolgens achter te komen dat er geen noten volgden. Binnen de kortste keren nam trompettist Bobby Effros de plaats van Bix in. Met dit falen zette de definitieve neergang in. Op 6 augustus 1931, nu 80 jaar geleden, kwam er een einde aan een leven vol creatieve hoogtepunten.

Bijdrage: C.P. Vincentius