woensdag 28 maart 2012

Meer namen North Sea Jazz 2012

Vrijdag 6 juli: Van Morrison, Michael Kiwanuka, Melody Gardot*, Spectrum Road (Jack Bruce, John Medeski, Cindy Blackman en Vernon Reid), Robert Glasper Experiment, Gregory Porter, Joe Lovano-Dave Douglas Quintet, , Jill Scott, Ron Carter "the Golden Striker Trio", Esma & Amazing Roma from Macedonia

Nachtconcert 6 juli op 7 juli: Lenny Kravitz*

Zaterdag 7 juli: David Murray Blues Big Band featuring Macy Gray, Ahmad Jamal, Pat Metheny Unity Band*, PRISM (Dave Holland, Kevin Eubanks, Craig Taborn, Eric Harland), Hugh Laurie, Fourplay, Rodrigo y Gabriela & C.U.B.A., George Benson, Rufus Wainwright and Band, Rudder

Zondag 8 juli: Tony Bennett*, D'Angelo, Amos Lee, Janelle Monáe, Hiromi Trio met Anthony Jackson en Simon Phillips, The Kyteman Orchestra, Wayne Shorter Quartet, McCoy Tyner Trio with Ravi Coltrane, Brad Mehldau Trio, Monty Alexander, Joe Bonamassa (an acoustic evening with), Aloe Blacc, Lianne La Havas.

* = plusconcert

woensdag 14 maart 2012

Kay Davis 1927-2012

Naast Adelaïde Hall en Ivie Anderson was er nog een zangeres die gezichtsbepalend was voor de Duke Ellington band tot aan de jaren vijftig: Kay Davis. Haar loepzuivere sopraan weerklonk in veel van de opnamen van de Ellington band van de jaren veertig. Meestal vocaliseerde zij, en gebruikte haar stem als een instrument. De mooiste opnamen zijn die waarin Ellington haar stem laat samenklinken met de trombone van Lawrence Brown, zoals in Transblucency. Dit nummer, dat oorspronkelijk Blue Light heette werd speciaal voor de stem van Davis herschreven. Het is het visitekaartje van haar kunnen, al komen ook andere nummers van de Ellington band uit die periode daarvoor in aanmerking, zoals Violet Blue, Minnehaha en On a Turquoise Cloud. Ook herschreef Ellington voor Kay Davis de 1927 versie van Creole Love Call, welke eerder werd door Adelaïde Hall. Met haar huwelijk in 1950 kwam er een abrupt einde aan haar zangcarrière.

Kay Davis werd op 5 december 1920 als Kathryn McDonald geboren in Evanston, Illinoise. Ze was een van de drie kinderen van Samuel en Katherine McDonald. Vanaf haar tiende jaar al wilde zij een professionele zanger worden. Na haar high school ging ze naar de Nortwestern University en haalde in 1942 haar bachelor en in 1943 haar masters in muziek. Zij was in dat jaar een van de zes zwarte studenten die mochten afstuderen. Duke Ellington kwam in 1944 in Evanston, hoorde haar optreden en vroeg haar tot zijn band toe te treden. Daar vond ze in Joya Sherrill en Al Hibbler, twee collega-vocalisten. Kay Davis en Mr. Hibbler namen de vocalen voor hun rekening in een van de meest bekende Ellingtonopnamen uit die periode: “I Ain’t Got Nothin’ but the Blues.” Voor Kay Davis was het hoogtepunt in haar carrière toen ze tijdens een concert in Carnegie Hal op 13 november 1948 Billy Strayhorn’s “Lush Life,” zong, met Strayhorn aan de piano.

Bij Ellington liefhebbers zijn de meningen over de bijdragen van Kay Davis verdeeld. Er zijn er die menen dat Ellington juist die periode de meeste verfijning in zijn arrangementen laat doorklinken. Anderen noemen over dezelfde vocale bijdragen Edelkitsch.

Bijdrage: C.P. Vincentius

dinsdag 13 maart 2012

Red Holloway 1927-2012

Red Holloway, een grote tenorsaxofonist Op 25 februari 2012 overleed een van de meest markante tenorsaxofonisten van de jazz, James Wesley "Red" Holloway in een verzorgingshuis in Californië, na nierfalen en een beroerte. Hij werd 84 jaar oud. Holloway was saxofonist en incidenteel ook bandleider. Zijn simpele, heldere en harde stijl, die aanleunde bij die van de Texastenors als Arnett Cobb, maakte dat hij zich even makkelijk bewoog in kringen van hardboppers, als die van de blues. Holloway speelde met grote namen uit blues, bebop, bigband en moderne jazz. Hij trad in zijn bijna zeven decennia durende loopbaan op met musici als Billie Holiday, B.B. King en Aretha Franklin. Het meest bekend was hij misschien wel van zijn werk met bebopsaxofonist Sonny Stitt en de funky jazz van Jack Mc Duff. Holloway toerde tot op hoge leeftijd over de hele wereld. Zo stond hij in 2003 met zijn Red Holloway Quintet in het Bimhuis, Amsterdam.

Red Holloway werd geboren op 31 mei 1927 in Helena, Arkansas. Zijn familie was muzikaal, moeder was pianiste, vader speelde viool. Zijn ouders scheidden toen Holloway nog jong was en zijn moeder nam hem mee naar Chicago. Tot zijn stiefvader hem voor zijn twaalfde verjaardag een tenorsaxofoon gaf, speelde Holloway banjo en mondharmonica. Hij bezocht de DuSable High School, een school die bekend stond vanwege het vele muzikale talent dat daar tot ontwikkeling kwam. Onder de voormalige leerlingen telde de school onder meer Nat King Cole en Dinah Washington. Holloway begon zijn beroepsloopbaan toen hij nog op school zat. De bigband waar hij in speelde werd geleid door Eugene Wright en had onder meer Johny griffin in de gelederen. Op negentienjarige leeftijd werd hij opgeroepen voor miltaire dienst, werd aangesteld als bandleider van de U.S. Fifth Army Band. Na zijn congé keeerde hij terug naar een druk bestaan als beroepsmusicus. Hij leidde vaak zijn eigen combo’s en werkte vaak als sessiemusicus in opnamestudio’s. tot zijn dertigste werkte hij met onder meer met Billie Holiday, Dexter Gordon, Yusef Lateef, Muddy Waters, B.B. King, John Mayall en Roosevelt Sykes ( 1948, “The Honeydripper”). ‘Het maakte mij weinig uit wat voor soort muziek het was,’ zo vertelde hij aan een journalist, ‘ik probeerde gewoon uit hoe ik dat soort muziek kon laten swingen. Dat bleek in de vijftiger jaren ook uit zijn samenwerking met Willie Dixon, Junior Parker, Lloyd Price, Chuck Berry, Ben Webster, Jimmy Rushing, Arthur Prysock, Dakota Staton, Eddie Vinson, Wardell Gray, Sonny Rollins, Red Rodney, Lester Young, Joe Williams, Redd Foxx, Bobby Bland and Aretha Franklin en Lionel Hampton. Hij was in de vijftiger jaren ook aanwezig op een groot aantal opnamen voor de in Chicago gevestigde platenlabels Chance Records, Parrot, United and States en Vee-Jay.

In het midden van de zestiger jaren was funky souljazz populair in de Verenigde Staten en elders, zowel bij het jazzpubliek als bij het poppubliek. Vooral bands met een hammondorgel waren in trek en als lid van de band van Brother Jack Mc Duff deelde Holloway in die groeiende populariteit. Met deze band toerde hij van 1963 tot en met 1966 lang en maakte diverse opnamen. Ook met de opkomende stergitarist George Benson, die deel uit maakte van de band van Mc Duff maakte hij opnamen voor diens eerste soloplaat, New Boss Guitar in 1964. In 1967 verhuisde Holloway naar Los Angeles waar hij twee jaar later zijn band presenteerde in de bekende club The Persian Room. In deze club, bekend als podium voor bekende jazzmusici, trad hij vijftien jaar lang op. Maar The Persian Room had geen monopolie op het werk van Red Holloway. Er waren regelmatig onderbrekingen, waarin hij aan zij eigen loopbaan kon werken. In 1977 ging Holloway op toer met bebopveteraan Sonny Stitt. Ze toerden regelmatig door Europa, Japan en Zuid Amerika. In 1981 deed het duo Amsterdam aan. Ze bleken muzikaal gezien een perfecte combinatie: Stitt een virtuoze bebopper met een fantastische techniek, Holloway meer recht-voor-zijn-raap-swing, maar minstens zo enerverend. Hun samenwerking hield stand tot de dood van Sonny Stitt in 1982. Holloway bleef toeren en bezocht Nederland regelmatig. Gastheer was vaak Rein de Graaff, die de twee tenoren-plus-trio-formule hanteerde. Zo toerde Holloway met de Graaff in 1998 en collega-saxofonist Harold Land en in 2010 met collega-saxofonist Houston Pierson langs de Nederlandse jazzclubs. Met collega-saxofonist Frank Wess verzekerde hij zich in 2003 van de medewerking van organist Dr Lonnie Smith voor de cd Coast to Coast. Zijn laatste opnamen maakte hij onder de veelzeggende titel Go, Red! Go!In hem verliest de jazz een tenorsaxofonist met een groot geluid, een kompas voor goede medemusici en een denderend gevoel voor swing.

Bijdrage: C.P. Vincentius

donderdag 1 maart 2012

David Murray "Black Music Infinity" Quartet, 2 maart Bimhuis

Tenorsaxofonist David Murray bezit een machtig geluid en een open geest. Hij koppelde zijn soulvolle freejazz-stijl aan onder meer een gipsy-ensemble en een latin big band. Na het grote succes van zijn vorige project, ‘Nat King Cole En Espanol’, komt Murray ditmaal naar het Bimhuis met drie topmusici uit New York en een heel nieuw repertoire. Black Music Infinity is geïnspireerd door de vooruitstrevende New Yorkse ‘loft jazz’ scene, waarvan Murray in de jaren ’70 deel uitmaakte.


Vrijdag 2 maart 20:30
DAVID MURRAY "BLACK MUSIC INFINITY" QUARTET FEAT. MARC CARY, JARIBU SHAHID, HAMID DRAKE
David Murray: tenorsax
Marc Cary: piano
Jaribu Shahid: bas
Hamid Drake: drums