dinsdag 28 februari 2012

Eerste officiële namen North Sea Jazz bekend

Vanochtend heeft festivaldirecteur Jan Willem Luyken op Radio 6 de eerste namen voor het North Sea Jazz Festival 2012 bekendgemaakt.
Onder meer Van MorrisonMacy Gray & David Murray Blues Big Band en het Wayne Shorter Quartet zijn bevestigd. Daarnaast staan Melody GardotGregory PorterAmos Lee en Tony Bennett op het programma tijdens het driedaagse festival in Rotterdam.
Ook is er dit jaar weer een speciaal nachtconcert. In de nacht van vrijdag op zaterdag treedt Lenny Kravitz op. Voor dit plusconcert zijn ook losse kaarten te koop.

Verder bevestigd zijn Janelle MonáeMcCoy Tyner Trio with Ravi ColtranePat Metheny Unity BandDave Holland QuartetRobert Glasper Experiment en Hugh Laurie, de bekende acteur/pianist van wie vorig jaar het album ‘Let Them Talk’ verscheen, geproduceerd door Allen Toussaint.
Naast deze namen maken ook Spectrum Road (Jack Bruce, John Medeski, Cindy Blackman en Vernon Reid), Ahmad JamalJoe Lovano-Dave Douglas Quintet, het Hiromi Trio met Anthony Jackson en Simon Philips, en The Kyteman Orchestra hun opwachting op de 37e editie van het grootste indoor jazz festival ter wereld.
De gehele line-up en het tijdschema worden eind april bekendgemaakt. De verkoop van losse dagkaarten voor het festival dat dit jaar plaatsvindt op 6, 7 en 8 juli start donderdag 1 maart om 10 uur.
NORTH SEA JAZZ FESTIVAL 2012
Vrijdag 6 juli:
 o.a. Van Morrison, Melody Gardot, Spectrum Road (Jack Bruce, John Medeski, Cindy Blackman en Vernon Reid), Robert Glasper Experiment, Gregory Porter, Joe Lovano-Dave Douglas Quintet
Nachtconcert 6 juli: Lenny Kravitz
Zaterdag 7 juli: o.a. Macy Gray & David Murray Blues Big Band, Ahmad Jamal, Pat Metheny Unity Band, Dave Holland Quartet, Hugh Laurie
Zondag 8 juli: o.a. Amos Lee, Janelle Monáe, Tony Bennett, Hiromi Trio met Anthony Jackson en Simon Philips, The Kyteman Orchestra, Wayne Shorter Quartet, McCoy Tyner Trio with Ravi Coltrane

zondag 26 februari 2012

GITANES & JAZZ

GITANES & JAZZ is een literaire en muzikale hommage aan Serge Gainsbourg; Eros’ meest scabreuze artistieke vazal, Aphrodite’s kettingrokende hofdichter en de inmiddels – eenentwintig jaar na zijn dood – ook buiten Frankrijk tot schutspatroon verklaarde aartsprovocateur van het Gilde van de zuchtmeisjes, de Decadance, Je t’aime moi non plus, Lemon incest en al wat verder zowel hip als zedelijk onoirbaar vermag te zijn. Monsieur Gainsbourg. Gainsbarre… de zanger is dood en ligt begraven onder de marmeren plaat van een Russisch familiegraf op Cimetière Montparnasse. Zijn oeuvre en reputatie zijn daarentegen altijd nog springlevend. Zo getuige ook deze wervelende voorstelling waarin, vanuit de dampen der Gitanes en het geraffineerde samenspel van muzikanten, dichters, foodperformers en cineasten, de legende van Gainsbourg op verbluffende wijze tot leven wordt gewekt.

Aan deze voorstelling werken mee: Pianist Edwin Berg, dichter Serge van Duijnhoven, muziekproducer Fred dB, cineast Bastiaan Rombout Lips, en – als twee kersen op de taart van het chanson - spoonfool foodperformer Arlette van Laar & Coreen Hartley met hun burleske culinaire traktatie “L’Eau à la bouche....”

Op 2 maart 2012 is het eenentwintig jaar geleden dat de Franse zanger, componist en aartsprovocateur Serge Gainsbourg (1928–1991) overleed in zijn Hôtel Particulier in de rue de Verneuil te Parijs. Voor tal van internationale muzikanten blijft Gainsbourg een inspiratiebron. Zo ook voor dichter Serge van Duijnhoven, pianist Edwin Berg en een rits spraakmakende artistieke kompanen uit de Lage Landen die in 2012 kriskras door Nederland en Vlaanderen zullen trekken om er hun voorstelling in diverse kleine en grotere theaters ten tonele te voeren.

Te zien: zondag 4 maart 2012, 16:00. De Roode Bioscoop, Amsterdam

zondag 19 februari 2012

Een klasse apart: Gregory Porter

Gregory Porter is jazzzanger, en wat voor een. Laat u vooral niet afleiden door de muts met oorkleppen, waarmee hij zich op diverse clips vertoont en luister naar die prachtige stem, die doet denken aan jazzzanger Jon Hendricks in zijn beste jaren. Het debuutalbum van Gregory Porter,' Water', kwam in 2010 uit en werd meteen genomineerd als Best Jazz Vocal album bij de 53ste Annual Grammy Awards. Ook maakt hij deel van uit van de originele Broadwaybezetting van de musical ‘It Ain't Nothin' But the Blues’. Zijn jongste , ‘Be Good’, is op 14 februari 2012 uitgekomen en kreeg meteen lovende recensies. Niet slecht voor een student die ooit een beurs voor de San Diego State University kreeg op basis van zijn vaardigheid in het american football. Een pracht van een stem die schijnbaar moeiteloos en relaxed een ballad als ‘Be Good’ neerzet.

Jammer voor het american football, dat Gregory een blessure opliep die een loopbaan als voetballer onmogelijk maakte, maar de jazz heeft er een pracht van een zanger bij gekregen. Gregory werd in Los Angeles, Californië geboren en groeide op in het Californische Bakersfield. Zijn moeder was predikante. Toen Gregory optrad in de lokale jazzclubs ontmoette hij saxofonist, pianist en componist Kamau Kenyatta. Diens begeleiding speelde een grote rol in de loopbaan planning en de ontwikkeling van Gregory Porter. Kenyatta introduceerde Gregory bij de beroemde jazzfluitist Hubert Laws. Toen deze Porter Charlie Chaplin's "Smile" hoorde zingen, zorgde Laws voor een bonustrack met Porters vocale bijdrage op het album "Hubert Laws' Remembers the Unforgettable Nat King Cole". De zuster van Hubert Laws, Eloise, hoorde Porter tijdens de opnamen in de studio en hielp hem aan een van de leidende rollen in de nieuwe musical ‘It Ain't Nothin' But the Blues,’. Deze musical ging in première in Denver eer hij in New York werd opgevoerd, eerst Off-Broadway, later op Broadway.

Tegenwoordig woont Gregory Porter in de wijk Bedford-Stuyvesant van Brooklyn. Daarnaast maakte hij grote indruk in Later... with Jools Holland op BBC2 (met name in Jools' 2011 New Year Show) en trad op zowel bij het North Sea Jazz Festival in Holland als bij het National Black Arts Festival in Atlanta.

Bijdrage: C.P. Vincentius Foto: Mark van Rikxoort

vrijdag 17 februari 2012

Jodie Christian 1932 - 2012

De naam Jodie Christian zal waarschijnlijk slechts bij weinige jazzliefhebbers een bekende klank hebben. Toch is hij als jazzpianist én als organisator van wezenlijk belang voor de jazz geweest met name voor de jazzscène in Chicago van het midden van de zestiger jaren van de vorige eeuw. Hij maakte onder eigen naam zes langspelers, t.w. ‘Experience’ (Delmark Records, 1991-92) ‘Rain Or Shine’ (Delmark, 1991-93) ‘Soul Fountain’ (Delmark, 1994) ‘Blues Holiday’ (SteepleChase Records, 1994)’Front Line’ (Delmark, 1996) en ‘Reminiscing’ (Delmark, 2000). Als begeleider speelde hij mee op platen van Eric Alexander: ‘Stablemates’,van Gene Ammons: ‘The Chase!’,van Von Freeman: ‘Never Let Me Go,’ ‘Lester Leaps In’ plus ‘Dedicated to You’,van Stan Getz: ‘Stan Meets Chet,’ with Chet Baker,van Dexter Gordon: ‘Featuring Joe Newman’, van Eddie Harris: ‘The Electrifying Eddie Harris/Plug Me In’, van Roscoe Mitchell: ‘The Flow of Things’, ‘Hey Donald’,’In Walked Buckner’,van Buddy Montgomery: ‘This Rather Than That’ en van Ira Sullivan: ‘Nicky’s Tune.’ Maar ook Johnny Griffin, Dexter Gordon, Yusef Lateef, James Moody and Sonny Stitt maakten graag van zijn diensten gebruik.

In zijn spel toonde Christian zich een bekwame teamspeler in wat voor formatie dan ook, nooit als een al te terughoudende en al te bescheiden pianist, eerder een medesolist dan een pure begeleider. Hij had een goed oor voor harmonie, een gave die mede door zijn jeugd vol tot ontwikkeling kon komen. Met een moeder die in de kerk met haar piano het gospelgebeuren begeleidde en een vader die zich met bluespiano bezig hield, was er geen ontkomen aan. Voor hij de leerplichtige leeftijd bereikte verdiende hij al zijn eerste grijpstuivers als danser in de kroegen van de South Side van Chicago en in amateurshows. Op twaalfjarige leeftijd zat hij in het kerkkoor en later bezocht hij The Chicago School of Music, al vond hij dat hij daar weinig over muziek leerde. ‘Het meeste wat ik heb geleerd, heb ik op straat geleerd, van andere musici en van zangers,’ verklaarde Christian in 1992 in een interview voor The Chicago Tribune. Het was vooral het zingen van blues, gospel licht klassiek en andere genres in diverse koren dat aan zijn muzikale ontwikkeling bijdroeg. Daar ontwikkelde hij een bijzonder gehoor voor het harmonische. ‘Soms zong ik alle partijen, omdat ik een hoge stem had. Vaak kende ik het lied niet, maar kon ik toch op basis wat ik voelde wat ging komen.’

Die vaardigheid bracht hij naadloos over naar zijn pianospel. Voor hij aan de Wendell Phillips High School afstudeerde, maakte hij zijn professionele debuut en was binnen de kortste keren een van de meest gevraagde begeleiders in de Chicago jazzscene. Wel studeerde hij nog een korte periode aan het Crane Junior College (thans Malcolm X College). ‘Hij had een special gevoel voor harmonie en schoonheid in zijn spel. Hij was vooral een musicus met karakter, een natuurtalent, vertelde Willie Pickens, een bejaarde pianist uit Chicago. In 1965 was Jopdie Christian, samen met onder meer Roscoe Mitchell, Muhal Richard Abrams, Phil Cohran, Steve McCall oprichter van The Association for the Advancement of Creative Musicians, een organisatie die grote invloed had op de manier waarop jazz in en rond Chicago werd gepresenteerd en gestalte kreeg. Hij had een vaste groep van fans en was daarnaast een ‘musicians musician’: hooglijk gewaardeerd door andere musici door zijn spel en door zijn bijdragen aan diverse producties. "Het doel was om geheel nieuw muziek te maken, om je eigen composities te schrijven, om ze uit voeren en om voor die muziek een gehoor voor te vinden. “ Jodie Christian stierf op 13 februari 2012 op 80-jarige leeftijd in Chicago.

Bijdrage: C.P. Vincentius


20 juni 1969. Live in Montreux, 2 dagen na het legendarische"Swiss Movement" met Les McCann. Eddie Harris,tenor sax, Jodie Christian, piano, Melvin Jackson (bas) en Billy Hart,drums.


Recorded 1991: Lin Halliday (tenor), Ira Sullivan (trumpet),Jodie Christian (piano)Dennis Carroll(bass) George Fludas(drums)

maandag 13 februari 2012

Amersfoort Jazzfestival

Het komend Amersfoort Jazzfestival wordt een van de meest gevarieerde festivals uit het 33-jarig bestaan. De top van de Nederlandse jazz, onder wie saxofoniste Candy Dulfer en gitarist Anton Goudsmit, komt naar Amersfoort, maar het festival wordt ook veelzijdiger. ”Dit jaar zijn we de breedte ingegaan”, zegt festivalproducent Alexander Beets, “met soul, funk, blues, wereldmuziek, gipsy en rap.” Het gratis toegankelijk festival, dat van donderdag 10 tot en met zondag 13 mei in de binnenstad wordt gehouden, heeft de Rabobank Amersfoort en omstreken als hoofdsponsor.

Anton Goudsmit  foto Hans Speekenbrink

Vorige week maakte de Rabobank Amersfoort bekend het sponsorcontract met opnieuw drie jaar te verlengen. De bank ondersteunt het muziekfeest, dat voluit het Rabobank Amersfoort International Jazzfestival heet, in ieder geval tot 2015. “De doelgroep van het jazzfestival is voor een belangrijk deel ook onze doelgroep”, motiveert Rabobankdirecteur Henri Hofsteenge het besluit. “Bovendien vinden wij het belangrijk dat in een stad als Amersfoort zo’n festival georganiseerd kan worden. Het past ook in onze visie Amersfoort duidelijk te profileren. Niet voor niets is de Rabobank actief betrokken bij Citymarketing.” Hofsteenge doelt daarbij onder meer op de benoeming van Rabotopman Arie Lengkeek tot parttime directeur bij Citymarketing.

Festivaldirecteur Alexander Beets is in z’n nopjes met de contractverlenging. “Natuurlijk is deze financiële ondersteuning erg belangrijk, zonder de Rabobank als hoofdsponsor kan het festival niet bestaan, maar het laat ook zien dat de Rabobank vertrouwen in ons heeft, dat de bank ziet dat wat we doen heel veel mensen uit Amersfoort – en daarbuiten – aanspreekt. Daarmee steekt de bank ons als bestuur en organisatie natuurlijk een hart onder de riem. En dat voelt goed.”

zondag 5 februari 2012

HILARIO DURÁN TRIO FEAT. HORACIO 'EL NEGRO' HERNANDEZ, ROBERTO OCCHIPINTI


















In de jaren '70 was hij de uitverkoren opvolger van Chucho Valdes in Cuba's modernste bigband, in de jaren '80 werkte hij met Arturo Sandoval en Dizzy Gillespie, sindsdien won hij vele prijzen in Canada en de VS: Hilario Durán is een gerijpte pianovirtuoos die kiest voor de avontuurlijke en stevige orchestrale aanpak, mede door zijn ruime ervaring als componist en arrangeur. In zijn trio contrabassist Roberto Occhipinti, de spil van vele klassieke, jazz- en Latin ensembles, en een van 's werelds beste Latin drummers, Horacio ‘El Negro’ Hernandez, bekend van Rubalcaba, Patitucci en Santana. ‘Coming very close to sounding like a Latin jazz big band. This is quite the feat for a trio’ (Jazz Times). Zaterdag 11 februari is het Hilario Durán Trio te zien in het BIMhuis.


Hilario Durán (piano)
Roberto Occhipinti (bass)
Horacio ‘El Negro’ Hernandez (drums)

donderdag 2 februari 2012

Medeski, Martin & Wood in Rotterdam en Amsterdam

Het uitbundige en eigenzinnige trio Medeski, Martin & Wood is al jaren een van de populairste en spannendste instrumentale groepen ter wereld. Sinds de oprichting in Brooklyn, New York in 1991, onderscheidt Medeski Martin & Wood zich door eclectische invloeden en een ongeremde experimenteerdrang, en werkte het trio samen met iedereen van Iggy Pop en John Scofield tot Marc Ribot en John Zorn. Het Bimhuis en LantarenVenster halen de band gezamenlijk naar Nederland voor twee fantastische en verschillende concerten. In de grote zaal van het Muziekgebouw aan ’t IJ geeft het trio op 2 mei een uniek akoestisch optreden. Op 1 mei speelt MMW in het Rotterdamse LantarenVenster een elektrisch concert.

woensdag 1 februari 2012

Clare Fischer 1928 - 2012

Wie op You Tube simpelweg Clare Fischer intikt, krijgt een dikke oudere heer in korte broek en slecht verzorgde laarsjes te zien, die een fenomenale versie van Sentimental Lady van Duke Ellington ten beste geeft. Het betreft hier Clare Fisher, een pianist, arrangeur, componist en bandleider die vanaf de late jaren vijftig een onmiskenbaar stempel op de jazz en jazzgerelateerde muziek heeft gedrukt. Zijn muzikale opleiding begon op de basisschool met viool en piano. Op zevenjarige leeftijd kreeg Fischer zijn eerste lessen in harmonie. Na twee jaar pianolessen componeerde hij klassieke muziek. Bovendien arrangeerde hij voor dansorkesten in de regio van Grand Rapids, Michigan. Eenmaal op South High School kreeg hij les op cello, klarinet en saxofoon. Zijn muziekleraar op de high school, Glenn Litton, toonde een meer dan normale belangstelling voor het talent van de jongen. Omdat het gezin Fischer het financieel niet breed had, gaf Litton de jonge Fischer gratis lessen in muziektheorie, harmonie en orkestratie. Fischer leverde orkestratie en kopiëren van bladmuziek als tegenprestatie. Zodra de concertband van de high school een instrument nodig had, droeg Fischer er zorg voor dat het instrument er kwam, compleet met speelmethode. Hierdoor kreeg hij een training in orkestratie die later zijn waarde bewees.

Op vijftienjarige leeftijd begon Fischer met een eigen band, waarvoor hij zelf de arrangementen schreef. In 1947 begon hij met een studie muziekcompositie en theorie aan de Michigan State University. In zijn tienerjaren waren er geen beurzen beschikbaar voor pianolessen. Hij was daardoor op dit instrument goeddeels autodidact. Zijn hoofdinstrument was cello, zijn tweede instrument piano. Later wisselde hij en werd piano hoofdinstrument en klarinet tweede instrument. In 1951 studeerde hij af en in 1952 kreeg hij een oproep voor het leger. Tijdens de basistraining in Fort Leonard Wood, Missouri, speelde hij altsaxofoon in het militaire orkest en beëindigde hij zijn dienstplicht als een arrangeur voor de U.S. Military Academy Band in West Point, N.Y. Na de militaire dienstplicht keerde hij terug naar Michigan. In 1955 ontving hij de titel Master of Music.Fischer. Hij verhuisde naar Detroit, Michigan, waar hij na een concert zijn diensten aanbood aan The Hi-Lo's. Vijf jaar lang was hij de pianist voor de groep en arrangeerde zijn eerste vocale arrangementen. Hij was als pianist en arrangeur was hij betrokken bij de opnamen van diverse albums van The Hi-Lo’s. Herbie Hancock verklaarde over deze arrangementen: ..by the time I actually heard The Hi-Lo's., I started picking that stuff out; my ear was happening. I could hear stuff and that's when I really learned some much farther-out voicings -like the harmonies I used on 'Speak Like A Child' -just being able to do that. I really got that from Clare Fischer's arrangements for the Hi-Lo's. Clare Fischer was a major influence on my harmonic concept..He and Bill Evans, and Ravel and Gil Evans, finally. You know, that's where it really came from. Almost all of the harmony that I play can be traced to one of those four people and whoever their influences were.’

Terwijl hij nog voor The Hi-Lo's werkte, arrangeerde Fischer een album voor trompettist Donald Byrd, waarop bijna al te bekende standards een nieuwe, melancholische toets kregen door het gebruik van strijkers en harp. Dit album, September Afternoon, bleef gedurende vijfentwintig jaar bij de platenmaatschappij op de plank liggen. Donald Byrd speelde zijn kopie bij Dizzy. Gillespie en deze vroeg aan Fischer op zijn beurt voor zijn album "Portrait of Duke Ellington". Deze plaat werd goed ontvangen. In 1960 arrangeerde en produceerde Fischer platen van vibrafonist Cal Tjader en pianist George Shearing. In de volgende acht jaar schreef Fischer veel commercials en maakte hij platen onder zijn eigen naam voor Pacific Jazz Records: "First Time Out", "Surging Ahead", "Manteca" en "Extension", plus opnamen met Bud Shank en Joe Pass. Deze eerste platen zijn diepgaande studies in jazz, bossa nova en mambo, maar gecombineerd met de harmonische mogelijkheden van Bach, Sjostakovich en Stravinsky. Critici waren enthousiast, maar de verkoopresultaten vielen danig tegen. Fischer presenteerde zich zowel als pianist als arrangeur en bovendien als componist van zijn meest bekende stukken "Pensativa" en "Morning". Die vele talenten bleken bepaald geen voordeel. ‘Zodra ik met een trio speelde, zeiden mensen dat ik veel aan Bill Evans te danken had. Het was iemand die ik toen nog nooit had horen spelen. Mijn grote voorbeeld in die tijd was Lee Konitz. Zodra ik de orkestratie van een plaat had verzorgd, meende men dat ik Gil Evans kopieerde. Ik noemde het toen maar mijn Evans Brothers Syndrome.’

Ooit als zestienjarige had Clare Fischer een pijporgel bespeeld. In de zestiger jaren begon hij opnieuw, met de toen gangbare Hammond B-3. Eerst met een plaat onder eigen naam, toen een met Cal Tjader, Soña Libre. Jaren later, in 1972, nam Fischer "T'DAAA" op, waarmee hij zijn vaardigheid op de Yamaha EX-42 demonstreerde. In 1977 keerde hij met "Clare Declares" (1977) terug naar pijporgel. De fascinatie van Clare Fischer voor Latin had alles te maken met zijn studiemakkers op de Michigan State University. Hiervan waren velen van Latijns Amerikaanse afkomst. Met de muziek van Tito Puente, Tito Rodriguez, Machito en anderen raakte hij daarom al vroeg vertrouwd. Dat ging zover dat hij bovendien in het Spaans geïnteresseerd raakte en die taal als tweedegraads aan zijn studie toevoegde. Toen Fischer in 1958 naar Hollywood verhuisde, vertoefde hij veel in East Los Angeles om meer Latin Jazz te spelen en er van te leren. Hij begon in een charanga groep, geleid door Modesta Duran en speelde daarnaast bij diverse andere groepen Tezelfdertijd wekten de platen van Elizate Cardoso zijn interesse voor Braziliaanse muziek. Direct gevolg: de compositie "Elizete".Het lag in de lijn der verwachtingen dat Fischer de eerste Amerikaanse Bossa Nova zou opnemen. Dat deed hij met Cal Tjader.

In 1975 had Clare Fischer tien jaar studiowerk gedaan en had diverse platen gemaakt die weliswaar in artistiek opzicht geslaagd waren, maar buiten de belangstelling van het grote publiek lagen. Hij begon vrijwel tegelijkertijd met Chick Corea en Herbie Hancock met keyboards te experimenteren tijdens de hernieuwde samenwerking met vibrafonist Cal Tjader. Die reünie betekende een impuls voor de belangstelling welke Fischer voor Latin Jazz had. Hij formeerde zelf een groep, Salsa Picante, die een verscheidenheid van stijlen combineerde. Later voegde hij de vocal group 2+2 aan het geheel toe. De plaat 2+2 kreeg een Grammy in 1981. Nadat hij "And Sometimes Voices" en "Free Fall" met de vocal group "Free Fall had opgenomen werd de plaat "Free Fall” genomineerd in drie categorieën en kreeg een Grammy in de categorie “Best Jazz Album By A Vocal Duo Or Group" in 1982."Crazy Bird" was de volgende plaat met een puur instrumentale formatie en met "Alone Together", maakte Fischer een solo pianoalbum voor Hans Georg Brunner-Schwer en diens Duitse platenlabe MPS Records. De platen die Fischer voor MPS maakte, werden later heruitgebracht op Discovery Records.

Een heel ander aspekt van de loopbaan van Clare Fischer was zijn werk voor popgroepen. Zijn zoon, André Fischer, was drummer bij de band Rufus met zangeres Chaka Khan. ‘Blijkbaar vonden de arrangementen, die ik voor eerdere platen maakten weerklank, want ik werd in de jaren daarop uitsluitend ingehuurd door zwarte artiesten.’ Zo werkte Fischer onder meer met The Jacksons, Earl Klugh, The Debarges, Shot-gun en Atlantic Star. De muren van zijn werkkamer raakten geleidelijk aan vol met de gouden en platinum platen. Het zwaan-kleef-aan-effect gold ook hier. Popartiesten als Paul McCartney, Prince, Celine Dion en Robert Palmer maakten van zijn diensten als arrangeur gebruik. In aansluiting werden de platen van Prince gebruikt als muziek bij de films Under the Cherry Moon, Graffiti Bridge en in Spike Lee's Girl 6. In december 2005 kwam Prince met de single "Te Amo Corazon," een mediumtempo Latin jazznummer, met strijkersarrangementen van Fischer.

Naast zijn voetsporen in de lichte muze nam Fischer de tijd voor andere projecten. Zo schreef hij in opdracht van de klassieke musicus Richard Stoltzman in 1983 een symfonisch werk gebaseerd op thema’s van Duke Ellington en Billy Strayhorn. Het resultaat, "The Duke, Swee'pea and Me", was een orkestwerk van elf en een halve minuut en werd door Richard Stolzman met een symfonieorkest diverse malen vertolkt. In 1995 kwam ”Just Me” op de markt, een Concord Jazz CD met Fischer, solo piano. Daarop aansluitend kwam in 1997 de cd “Rockin' In Rhythm”.uit van zijn Latin-jazz formatie plus zes zangers, nu opererend onder de naam "Clare Fischer & Friends”. De Nederlandse bijdrage kwam van twee pianisten, Cor Bakker en Bert van den Brink, met hun hommage DeClared uit 1993, waarop zij negen composities van Clare Fischer vertolkten.In 1991 en 1997 maakte het Nederlandse Metropole Orchestra onder leiding van Rob Pronk en Vince Mendoza opnamen die verder uitgebracht onder de titel The Latin Side. Vermeldenswaard is ook de recente cd met de heruitgave van Art Pepper's Tokyo Debut op het Galaxy label in 1995. Met het commerciële werk voor artiesten als Michael Jackson, Amy Grant, Paula Abdul, Natalie Cole en Chaka Khan financierde Fischer een eigen, peperdure band van twintig koperblazers, "Clare Fischer's Jazz Corps". Hartfalen maakte een einde aan een lang leven vol mooie muziek.

Bijdrage: C.P. Vincentius


De compositie die achter de gesproken intro en outro van de presentator wordt gespeeld is heet Carnival en werd voor het eerst opgenomen door The Hi-Lo's, met Clare Fischer als pianist. Het nummer staat op THE HI-LO'S HAPPEN TO BOSSA NOVA, heruitgebracht in 2002 op THE HI-LO'S ON REPRISE. Het nummer werd ook gecoverd door Sergio Mendes in 1966 op diens THE GREAT ARRIVAL.


Bud Shank, alto sax; Clare Fischer, piano; Gary Peacock, bass; Larry Bunker, drums; Frank Guerrero, tambourine, performing in 1962.