maandag 20 mei 2013

De Oriënt en de jazz, over contrabassist Ahmed Abdul-Malik

De van oorsprong Soedanese contrabassist Ahmed Abdul-Malik maakte zijn eerste plaat onder eigen naam in 1958. ´Jazz Sahara, Middle Eastern Music with Johnny Griffin´ voor het Riverside label bevat opnamen waarop  Abdul-Malik contrabas en oud speelt, begeleid door Naim Karacand viool, Jack Hamway darabeka, Bilal Abdurrahman, duf, een soort tamboerijn. Voor drummer Al Harewood was het de eerste plaat waarop hij meespeelde. Alle vier de composities zijn van de hand van Abdul-Malik. De begeleiders klinken als een redelijk authentiek muziekensemble in een Oosters theehuis, of als een groep musici die een buikdanseres muzikale ondersteuning geeft. Wel duikt heel nadrukkelijk tenorsaxofonist Johnny Griffin op. Voor Abdul-Malik was deze plaat de vervulling van en lang gekoesterde ambitie. Ahmed Abdul-Malik werd in 1927 in Brooklyn, New York geboren in een Soedanese familie. Heel jong al ging zijn interesse uit naar Arabische muziek en muziek in het algemeen. Hij studeerde muziek aan de The High School of Music & Art in Harlem. Hij deed symfonisch werk, maar speelde ook bij een orkest op Griekse, Syrische en zigeunerbruiloften. Zijn jazzloopbaan begon Ahmed Abdul-Malik bij pianist Randy Weston, met wie hij in 1956 drie platen opnam. Ook leverde hij in 1956 zijn bijdrage als bassist aan de plaat  ´Jutta Hipp with Zoot Sims´. Zijn volgende werkgever was Thelonius Monk, met wie hij in 1958 twee platen opnam, te weten, Misterioso en Thelonius Monk in Action. Ook speelde Abdul-Malik mee op de in 1957 opgenomen, maar pas in 2005 uitgebrachte plaat Thelonious Monk Quartet with John Coltrane at Carnegie Hall.




















De LP, later cd, ´Jazz Sahara´ is een vroege , serieuze poging om jazz met wereldmuziek te combineren. Ahmed Abdul-Malik wisselt van contrabas naar oud, een soort luit en vice versa, hij speelt in op de voortgaande motieven die violist Naim Karacand aanreikt en op de vaak razendsnelle ritmes van Jack Hamway´s darabeka, een kleine percussiedrum in de vorm van een metalen vaas, bespannen met huid. Jack Ghanaim bespeelt de kanoon, een instrument met 72 snaren, dat in klank overeenkomt met het cymbalon zoals zigeunerorkesten die gebruiken. Jazzdrummer Al Harewood speelt op drie van de vier nummers mee. Op tenorsax neemt Johnny Griffin de honneurs waar. Griffin verwijdert zich ver van de hardbop die we tot dan van hem kende. Hij klink eerder als Albert Ayler, zo'n twintig jaar later in 'Ghosts'. Griffin belandde in dit experiment doordat Ahmed Abdul-Malik in 1957 met hem kennismaakte in het Thelonius Monk kwartet. Abdul-Malik bespeurde een oosters gevoel in het spel van Griffin en wist hem tot deelname over te halen. Het was een samenwerking die kennelijk beviel, want in 1959 verscheen aansluitend de plaat ´East Meets West´ met naast Ahmed Abdul-Malik en Johnny Griffin o.m trombonist Curtis Fuller, trompettist Lee Morgan, en de saxofonisten Jerome Richardson en Benny Golson. 1958 was een belangrijk jaar in de jazz. men zocht naarstig naar nieuwe wegen. Ahmed Abdul-Malik was er van overtuigd dat de muziek van het Midden Oosten, van Syrië en Egypte aan de vernieuwing van de jazz een wezenlijke bijdrage kon leveren. De oosterse muziek volgt niet de structuur van de westerse muziek, volgt geen akkoorden en kent geen maatindeling. Toevallig vinden we het loslaten van akkoordenschema´s en maatindeling ook terug na 1958, bij John Coltrane, bijvoorbeeld, of bij Archie Shepp. Ahmed Abdul-Malik bleef deze boodschap uitdragen met  ´The Music of Ahmed Abdul-Malik´ met Andrew CyrilleTommy TurrentineEric Dixon´ uit 1961,  ´Jazz Sounds of Africa´ met Andrew Cyrille, Tommy Turrentine uit 1962, Eastern Moods of Ahmed Abdul Malik uit 1963 en Spellbound uit 1964. Met de oud, zijn tweede instrument, toerde hij voor het United States Department of State door Zuid/Amerika en trad op tijdens een Afrikaans Jazzfestival in Marokko. Ook maakt hij in de zestiger jaren platen  met Art Blakey, John Coltrane en folkzangeres Odetta.

Malik was plaatsvervangend leraar aan de Junior High School, Bensonhurst, New York en gaf les in snaarinstrumenten onder de supervisie van Andrew Liotta, een bekende componist, welke zeven opera´s en daarnaast koorwerken en kamermuziek op zijn naam had staan. Terwijl Malik op deze wijze probeerde zijn lesbevoegdheid te krijgen, gaf hij bovendien les in de Soedanse taal in de taalafdeling van dezelfde high school. In de late zeventiger jaren gaf hij aan individuele studenten privé les in jazzimprovisatie vanuit de Universiteit van New York. Oktober 1993 overleed Ahmed Abdul-Malik in Long Branch, New Jersey).  


Bijdrage: C.P. Vincentius