maandag 12 augustus 2013

James “T-Model” Ford, bluesmuzikant to het bittere einde


De sterfdatum van James “T-Model” Ford leverde geen problemen op, de plusminus 93-jarige overleed op 16 juli 2013. Bij zijn geboortedatum lag dat anders. Ford had geen idee, volgens hem was het ergens tussen 1920 en 1923. Hij werd in diepe armoede geboren in Forest, Mississippi. Als kind werd hij door zijn vader zo vaak en zo grondig afgeranseld dat hij een testikel verloor. Hij bezocht geen enkele school en bleef zijn hele leven  analfabeet. Zijn levensonderhoud verdiende hij door op het veld te werken of hand en spandiensten te verrichten. Als jongeman kreeg hij tien jaar cel omdat hij een man tijdens een kroeggevecht had gedood. Ford hield vol dat het zelfverdediging was geweest en die claim bepaalde de strafmaat. Na twee jaar werd zijn vonnis ongedaan gemaakt. De littekens van de chaingang, de dwangarbeid door gevangenen in lange geketende rijen, bleven zijn leven lang zichtbaar op zijn enkels. De stijl van T-Model Ford was rauw en ongepolijst. Ford zelf gaf aan dat hij pas in de tweede helft van zijn leven, op 58-jarige leeftijd, gitaar begon te spelen. Zijn vijfde vrouw verliet hem en gaf hem ter afscheid een gitaar. Hij begon op het instrument te tokkelen en zong erbij, terwijl hij de hele nacht whiskey dronk. Zo begon een van de meest vreemde carrières in de blues. De erkenning kwam niet onmiddelijk.

Zijn optredens waren in de eerste jaren beperkt tot de juke-joints, de bars en kleine dance halls voor Afro-Amerikanen op het platteland van Mississippi. Zijn muzikale loopbaan zou waarschijnlijk nooit verder dan dit plaatselijke circuit zijn gekomen, wanneer niet Matthew Johnson, een vers afgestudeerde van de Ole Miss University, Ford zag optreden en hem in 1995 een contract aanbood voor zijn platenlabel Fat Possum. Fat Possum had toen al in belangrijke mate commercieel succes met twee andere bluesveteranen uit de Mississippidelta, RL Burnside en Junior Kimbrough.
Met T-Model Ford kreeg het label een musicus die authentiek en tegelijkertijd primitief was en aan het ideaal van “punk rock blues” voldeed.

Op zijn debut album Pee-Wee Get My Gun uit 1997, werd Ford uitsluitend begeleid door Spam, een plaatselijke drummer, die een zeer eenvoudig drumstel bespeelde. Ford was toen al ouder van zeventig jaar. Het duo speelde in de hill-country style van Noord- Mississippi, die bestond uit een hypnotiserende boogie groove waarover Ford half praatte, half zong en schreeuwde. In America, Europe en Japan mocht het album op een warm onthaal rekenen en voor de eerste keer in zijn leven verliet Ford Mississippi om op toernee te gaan. Eenmaal in het circuit van optredens, toernees en interviews merkte hij dat journalisten meer dan gewone belangstelling hadden voor zowel zijn levensverhaal als voor de brutale, vaak platvloerse humor waarmee hij zijn songs doorspekte.

Ford mocht misschien geen man van de wereld zijn, maar hij vervulde de rol van bluesmuzikant met veel bravour, zowel op festivals als in de concertzalen. Eens trad hij in het Barbican centre in London op in een rolstoel. In de tien jaar volgende op zijn eerste album bracht hij nog vier albums uit. Op het album The Ladies Man uit 2010 vatte hij zijn leven samen, waarbij de nadruk werd gelegd op zijn zes huwelijken en de 26 kinderen van wie hij het vaderschap erkende. Geen slechte score voor een man met een testikel. Door de jaren heen veranderde er weinig aan zijn geluid. Terwijl andere veteranen uit het bluescircuit hun stijl vaak aanpasten, bleef hij zijn eigenzinnige stijl trouw. Tijdens zijn carrière als laatbloeier bleef hij met inzet werken en bleef genieten van zijn succes. Hij trad op in de documentaire You Hear Me Laughin’ uit 2002 en cartoonist Joe Sacco vereeuwigde hem voor het tijdschrift Vanity Fair. In 2008 kreeg hij een pacemaker en in 2010 kreeg hij een kleine beroerte. Hij bleef optreden, hoewel een volgende beroerte in 2012 hem ernstig beperkte. Vastbesloten tot het laataste toe, probeerde hij van tijd tot tijd op in Mississippi op te treden.

UPDATE:  


Bijdrage: C.P. Vincentius

Geen opmerkingen:

Een reactie posten