maandag 28 juli 2014

Charlie Haden 1937 -2014

"Wanneer we samen spelen, lijkt het of twee mensen zingen,' vertelde pianist Keith Jarrett over de 47 jaar dat contrabassist Charlie Haden zijn muzikale compagnon was. Hij deed die uitspraak ter gelegenheid van het verschijnen van 'Last Dance' de cd van het duo, die eerder dit jaar het licht zag. Zijn stijl was niet discreet, hij was geen begeleider die trouw de akkoordenschema's volgde. Daar was zijn carrière in de jazz ook niet naar. Die carrière had een, althans voor een jazzmusicus van de avant-garde, wat exotische start. Hij was het jodelende knaapje Cowboy Charlie in de Haden Family hillbilly band en hij zou dat tot zijn vijftiende blijven.





















In de jaren daarop trad Haden in 1959 toe tot het kwartet van avant-gardist Ornette Coleman. Ornette Coleman was in die dagen bezig een nieuw manier van improviseren te ontwikkelen, een die constant en alert moduleren van de harmonische structuur en de thema's van de te spelen nummers vroeg. Charlie Haden had een warme, ronde en traditionele klank en tegelijkertijd een meer instinctief dan analyserend inzicht van de melodie. De moderne speltechniek voor de contrabas had op dat moment niet zijn voorkeur. Die kwaliteiten, en het gemak waarmee hij op de revolutionaire methoden van Ornette Coleman inspeelde, maakten hem later in zijn carrière favoriet bij veel musici, uiteenlopend in stijl van Don Cherry, Yoko Ono, Pat Metheny en Diana Krall. Hij toonde zich daarnaast een bandleider met karakter, originaliteit en onafhankelijkheid.

Charlie Haden werd op 6 augustus 1937 geboren in Shenandoah, Iowa. Na de muzikale jeugd bij zijn familie begon hij de contrabas te spelen, geholpen door een oudere broer. Zijn zangcarrière eindigt na een aanval van polio. De ommekeer van country richting jazz volgde, toen Haden in 1951 Charlie Parker in Omaha hoorde spelen. De teenager vond allereerst werk bij de countrygitarist Hank Garland, een musicus die de jazz een warm hart toedroeg. Ze traden op in de televisieshow The Ozark Jubilee. Die optredens bleken voor Haden de laatsten in de countrymuziek, voor hij naar Los Angeles verhuisde en zijn studie begon aan het Westlake College of Music. Daar speelde hij met musici als Art Pepper, de Canadese  pianist Paul Bley en de hardbop pianist Hampton Hawes.
Paul Bley boekte met veel lef de 28jarige Ornette Coleman met zijn bijzondere manier van fraseren en aparte opvattingen over melodie voor een seizoen bij de Hillcrest Club, Los Angeles. Haden was van de partij. Ornette Coleman koos Haden voor de opnamen van 'The Shape of Jazz to Come', in 1959 een mijlpaal in Ornette's carrière. Ook was Haden bij het eerste optreden van de band van Coleman in New York en speelde hij op de navolgende LP's van Coleman, zoals 'Change of the Century',' This is Our Music', en de dubbelkwartetopnamen van 'Free Jazz'.

In 1966 verhuisde Haden naar New York in eerste instantie om er free-lance werk te vinden. Een jaar later voegde hij zich opnieuw bij Ornette Coleman, maar hij speelde ook bij het kwartet van pianist Keith Jarrett, wiens ster op dat moment rijzende was, met saxofonist Dewey Redman en drummer Paul Motian. In 1969 presenteerde Charley Haden samen met componiste Carla Bley het Liberation Music Orchestra, een reactie op Amerikaanse oorlogsbemoeienis in Vietnam en Cambodia. Dit orkest had een repertoire van protestliederen, zoals Haden's ´Song for Che´ en Coleman's ´Lonely Woman´. Een concertuitvoering van dit repertoire leidde in 1971 in Portugal tot de arrestatie van Haden, omdat hij ´Song for Che´ opdroeg aan de rebellen in Angola en Mozambique. Het orkest liet steeds opnieuw van zich horen; in 1982 tegen de buitenlandse politiek van Ronald Reagan, in 1989 tegen George Bush Sr. en in 2004 tegen de oneerlijke uitslag van de presidentsverkiezingen ten gunste van George W. Bush.

Gedurende het midden van de jaren zeventig bleef Haden werken bij de formaties van Keith Jarrett, hetgeen resulteerde in LP's als ´Fort Yawuh´ uit 1973 en ´Death and the Flower´ uit 1975. Terugkijkend vond Haden het een van de meest bevrijdende kleine formaties uit die periode.
In 1976 werd hij de hoeksteen van de formatie Old and New Dreams, een eerbetoon aan het Ornette Coleman Quartet, met Dewey Redman op saxofoon en Don Cherry op trompet. In 1982 hield hij zich met drie uiteenlopende activiteiten bezig. Hij werd achtereenvolgens leider van de jazzafdeling van het California Institute of the Arts, maakte de tweede LP van het Liberation Music Orchestra, The Ballad of the Fallen, en werkte zowel met de Noorse saxofonist Jan Garbarek als met de Braziliaanse gitarist Egberto Gismonti. Met het ten tonele voeren van de formatie West, met saxofonist Ernie Watts en pianist Alan Broadbent in 1986 keerde Haden terug naar de klassieke songs die hij als kind had gehoord en naar de soundtracks van film noir, die zijn muziek met een schemerig soort nostalgie vervulde. Tijdens het Montreal Jazz Festival in 1989 waren er acht concerten te zijner ere, onder meer duo´s met de gitaristen Pat Metheny en Jim Hall en de pianist Hank Jones. Met de LP Beyond The Missouri Sky, samen met Metheny, won hij in 1997 een Grammy, een van de drie uit zijn loopbaan. Tot in het midden van jaren negentig maakte hij opnamen, onder meer met de saxofonisten Joe Lovano en Michael Brecker, zangeres Abbey Lincoln en de gitarist John Scofield.


Op de retrospective cd Rambling Boy uit 2008, speelden zijn vrouw en musicus Ruth Cameron en hun kinderen mee. Een film van deze opnamen volgde. Een van de laatste hoogtepunten van de loopbaan van Charlie Haden was het optreden in 2009 van het Liberation Music Orchestra op het Meltdown Festival in Londen. Muziek van Ornette Coleman werd gemixt met die van David Bowie en Samuel Barber. Charlie Haden droeg tijdens dat concert zijn muziek op aan een Amerika dat zowel de dromen van Martin Luther King als de majesteit van het Vrijheidsbeeld waard is.
Het was in de periode dat de polio die zijn jeugd had bepaald, opnieuw opspeelde. Het post polio syndroom bepaalde in toenemende mate zijn resterende jaren. Charlie Haden stierf op 11 juli 2014. Hij werd 76 jaar.

Bijdrage: C.P. Vincentius




Geen opmerkingen:

Een reactie posten