donderdag 12 juli 2012

Rob Pronk 1928 - 2012


Rob Pronk en jazz; een arrangement voor het leven

De totale lijst van arrangementen die Rob Pronk heeft afgeleverd, eer hij op 6 juli 2012 in een ziekenhuis in München overleed, is veel te lang om te vermelden. Alleen al voor het ons eigen Nederlandse Metropole Orkest schreef Pronk meer dan 1200 arrangementen. Het talent Rob Pronk was te groot voor Nederland. Hij speelde trompet bij Kurt Edelhagen, schreef arrangementen voor opnamen met Rob McConnell, Pepper Adams, Hank Jones, Bill Perkins, Benny Carter, Buddy DeFranco, Toots Thielemans, Clark Terry, Lee Konitz, Lew Tabackin, Claudio Roditi en speelde piano bij onder meer Dexter Gordon, Don Byas, Johnny Griffin, Conte Candoli, Frank Rosolino en Zoot Sims. Sinds hij zijn studie economie in 1949 afbrak,was hij een professioneel musicus. In het gezin Pronk, waar Rob op 3 januari 1928 in Malang(voormalig Oost-Indië) werd geboren, lag de muzikale voorkeur eerder bij Charlie Kunz en Victor Sylvester dan bij de jazz. Echter, toen Rob op zesjarige leeftijd Duke Ellington's ‘Mood Indigo’ op de radio hoorde, was hij meteen verkocht. De muzikale interesse in het gezin lag eerder bij moeder dan bij vader Pronk. Moeder zong en speelde af en toe piano. Vanaf zijn achtste levensjaar kreeg Rob pianoles, maar na een half jaar werden die afgebroken, omdat het gezin Pronk constant verhuisde. Een gelukstreffer voor Pronk was de ontmoeting met Jerry van Rooyen in 1946. Van Rooyen bracht een bigband naar Indonesië om de Nederlandse troepen enig amusement te verschaffen.

Later leerde van Rooyen de jonge Pronk de grondbeginselen van arrangeren. In 1947, Rob was toen negentien jaar, verhuisde Rob met zijn broer Ruud naar Nederland. Hij studeerde economie en haalde een graad. In deze periode twijfelde hij; loopbaan in de economie, of loopbaan in de muziek. Het werd het laatste en Pronk schreef zich in bij het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij de vakken muziektheorie, piano en trompet koos. Zijn eerste optreden was op een schip tijdens een internationaal uitwisselingsprogramma voor studenten. Hij begon achter de drums en verwisselde die al snel voor de piano. Zijn idolen in die periode waren Duke Ellington, Benny Goodman, Artie Shaw en Teddy Wilson. Op een van die uitwisselingsreisjes was Pronk enige dagen in New York en bezocht Bop City waar hij het Buddy De Franco Sextet hoorde met Jimmy Raney, Kenny Drew, Teddy Kotick en Art Taylor. Ook kreeg hij de gelegenheid om optredens van Louis Armstrong's All Stars en Louis Jordan's Tympany Five bij te wonen. In de tweede helft van de vijftiger jaren trad Pronk toe tot de trompetsectie van de Kurt Edelhagen bigband in Keulen. Al snel was hij eerste arrangeur voor deze band.In de jaren zestig draaide Pronk een week mee in de trompetsectie van The Ramblers toen een collega hem de suggestie aan de hand deed om voor het Metropole Orkest te gaan arrangeren. Die uitdaging nam Pronk aan en gaf hem zodanig gestalte dat hij uiteindelijk in totaal meer dan 1200 arrangementen aan de catalogus van het Metropole Orkest toevoegde.

Naar zijn mening was het Metropole Orkest een uniek gezelschap en niet zomaar een bigband waar een sectie met strijkers aan was toegevoegd. Het geheel vond hij volledig geïntegreerd en dat maakte de uitdaging om er voor te schrijven des te complexer. Naast de onschatbare waarde van de hulp die hij van Jerry van Rooyen bij het arrangeren kreeg, leerde Pronk veel met vallen en opstaan.

Billy May stond voorop in het rijtje van de arrangeurs waarvoor hij bewondering had, gevolgd door Bill Holman, Al Cohn, Quincy Jones en Gil Evans. Een speciale herinnering  die hij koesterde, was de productie en het arrangeren voor een plaat met Marlene Dietrich, "Die Neue Marlene", opgenomen in de EMI Studios in St John's Wood in September 1964. Pronk dirigeerde een orkest van veertig man, waaronder Kenny Baker, Harry Roche, Bobby Orr, Kenny Clare, Ivor Mairants en mondharmonicaspeler Larry Adler. Andere opnamesessies welke bij Pronk een speciaal plekje hadden, waren drie opnames in Stockholm:
Een in 1953 voor het Carousellabel, waarop hij piano speelde, samen  Zoot Sims, Bob Burgess, Frank Rosolino, Ake Persson, Stan Levy and Don Bagley; een in 1983 voor het the Sonet label, "In Goodmans Land", met de vocalisten Georgie Fame, Sylvia Vrethammar en een studio bigband, plus nog een opnamesessie voor Sonet in 1988 met de titel "String Along With Basie", waarvoor Pronk arrangementen van Count Basie herschreef voor vier gitaristen, t.w.Rune Gustafsson, George Wadenius, Bob Sylven en Bobbo Andersson, aangevuld met bas en drums.
Naast zijn arrangementen voor het Metropole Orkest en diverse opnamesessies, was Pronk vele jaren leraar arrangement en compositie
bij het Rotterdam Conservatory. Hij won de Nordring Radio Prize in 1981 en de Blaupunkt Music Award in 1988. Collega-arrangeur Johnny Mandel  zei over Pronk: ‘Hij weeft sferen op een bijzondere manier; niet alleen roept hij stemmingen en klankkleuren op, maar het geheel swingt ook nog fantastisch.’

Voor Pronk was een van de grootste momenten in zijn leven als arrangeur toen hij juni 1991 in Los Angeles een orkest dirigeerde dat een aantal van zijn arrangementen voor het Metropole Orkest speelde, met als gastsolisten Dianne Schuur, Buddy de Franco, Art Farmer, Chuck Findley, Gary Foster and Carl Fontana. Tijdens de repetities kwam Pete Rugolo, een van de bekendste West coast arrangeurs naar hem toe en vroeg Pronk of hij de arrangementen mocht zien. Hij was vooral geïnteresseerd hoe Pronk de sectie met strijkers arrangeerde.

Met Rob Pronk verliest de Nederlandse jazz een groot talent,die kon inspireren en enthousiasmeren.

Bijdrage: C.P. Vincentius

1 opmerking: