zondag 8 juni 2014

Herb Jeffries 1913 - 2014

Wanneer er één persoon is op wie het oude New Orleansnummer 'Didn't He Ramble 'van toepassing is, dan is het wel de zanger Herb Jeffries. Na zijn hit 'Flamingo' met de band van Duke Ellington, begin veertiger jaren vorige eeuw, kan geen jazzliefhebber meer om deze kleurrijke figuur heen. Als zanger verdiende hij zijn sporen bij de orkesten van Erskine Hawkins, Earl Hines en Blanche Calloway. Maar naast zijn zang was Herb Jeffries in de zwarte gemeenschap van de dertiger jaren bekend als 'The Bronze Buckaroo', ofwel de eerste zingende ster in cowboyfilms, waarin uitsluitend zwarte Amerikanen figureerden. 

Zijn loopbaan beslaat ruim zeventig jaar, waarin Herb Jeffries zowel film, televisie, nachtcluboptredens als plaatopnamen aan het Amerikaanse culturele erfdeel toevoegde. Toen de man op 25 mei 2014 in een ziekenhuis in West Hills, Californië zijn laatste adem uitblies, werd algemeen aangenomen dat hij ouder dan honderd jaar was. Zelf hield hij de mythe in stand 111 jaar te zijn, al zette zijn vriend en biograaf Raymond Strait daar de nodige vraagtekens bij. Herb Jeffries placht te overdrijven. Leonard Feather's Encyclopedia houdt het op 1916 en die datum lijkt mij bij benadering de meest betrouwbare.

Met zijn forse gestalte en kaken leek Jeffries de aangewezen figuur om de zwarte tegenhanger te worden voor de populariteit van blanke zingende cowboys als Gene Autry en Roy Rogers. In de tijd van de stomme film was het de zwarte acteur Bill Pickett die als rodeostar enige aandacht trok, maar een zwarte cowboyheld met Stetson en zwaaiende revolvers bracht een nieuw fenomeen tot leven.

Soms stond hij op de affiches als Herbert Jeffrey, van low budget films als: 'Harlem on the Prairie,' 'Rhythm Rodeo,' 'Two-Gun Man from Harlem,'  'The Bronze Buckaroo' en 'Harlem Rides the Range.'  In deze films speelde hij vaak de rol van Bob Blake, een man die zowel de zang als de rechtvaardigheid in ruime mate aandacht gaf. De achtergrondzangers in deze rolprenten waren The Four Blackbirds,  ook bekend als The Four Tones. Voor de bijrollen recruteerde Herb Jeffries zwarte acteurs die onder meer in Tarzan films hadden gefigureerd. Paardrijden had Herb Jeffries op de boerderij van zijn grootvader in Port Huron, Michigan geleerd. In zijn jeugd waren de films van Tom Mix en Buck Jones favoriet bij de jonge Herb. Jarenlang trachtte hij tevergeefs om sponsors te vinden voor cowboyfilms met zwarte acteurs. 
Uiteindelijk kreeg hij gehoor bij producer Jed Buell, de man die eind dertiger jaren furore maakte met een westernmusical  waarin uitsluitend dwergen speelden,'The Terror of Tiny Town' uit 1938. Buell aarzelde eerst, omdat  Herb Jeffries een te lichte huidskleur zou hebben. 'Ik vroeg hem, wat wil je, een vent die kan paardrijden, acteren en zingen of wil je alleen iemand die gekleurd is?' , vertelde Jeffries in 2003 aan de Washington Post. 'Toen maakte ik Buell attent op de film 'The Good Earth,’ waarin Paul Muni en Luise Rainer een rol als Chinese boeren vertolkten.' 'Ik daagde hem uit: Maak me zo zwart als je wilt en ik zal mijn hoed strak op mijn kop houden, zodat niemand mijn haar ziet. ' Uiteindelijk zei Buel ja tegen het plan. Geen van beiden had illusies omtrent de kwaliteit van de films. Vaak werd de plot van goedkope westerns met blanke acteurs gevolgd. Terugkijkend noemde Herb Jeffries deze films: “the first bunch of C-minus westerns,” hoewel ze in de tachtiger jaren bijdroegen aan een hernieuwde belangstelling voor zijn carrière. Als resultaat van die hernieuwde belangstelling zong hij in 1995 op de cd 'The Bronze Buckaroo (Rides Again)' waarin hij 'I'm a Happy Cowboy' en andere songs van zijn oude films opnieuw ten gehore bracht.

Over zijn achtergronden mocht Herb Jeffries graag fabuleren. Soms claimde hij dat hij in werkelijkheid Umberto Alejandro Balentino heette en dat zijn moeder Iers was en zijn vader Siciliaans en van gemengd ras.
In 2008 vertelde hij aan een journalist van The Atlanta Journal-Constitution over zijn afkomst. 'Ik heb iets van alle kleuren, net als iedereen. Wanneer we allemaal 10 of 15 generaties terug gaan, weten we niet meer wat we in ons dragen. Ik denk niet dat er een persoon die rond de Middellandse zee geboren is, die geen Moors bloed in zijn aderen heeft. Ik heb Siciliaans bloed en heb Moors bloed. Ik ben kleurling en ik hou ervan. Ik heb het recht om mijzelf te indentificeren zoals ik wil. Wanneer iemand het niet zint, wat menen ze dan te gaan doen? Mijn carrière kapotmaken?'
Jeffries heeft zijn vader nooit gekend. Hij werd opgevoed door zijn moeder. Deze runde een pension, waar veel zangers en andere mensen uit de theaterwereld woonden. Waarschijnlijk heeft deze introductie tot de showbusiness Jeffries geïnspireerd om in de nachtclubs en ballrooms van Detroit op te gaan treden. In 1933, voegde hij zich bij pianist Earl “Fatha” Hines en diens orkest tijdens de Chicago World’s Fair en bleef daarna twee jaar op toernee met de band.

Aansluitend zette hij alles op alles om carrière te maken in Hollywood, als acteur, schrijver en liedjesschrijver. In de cowboyfilms voerde hij de meeste stunts zelf uit. Toen de belangstelling voor zwarte cowboyfilms tanende was, ging hij terug naar Detroit. Hij meldde zich bij Duke Ellington in een Cadillac met stierenhoorns op de motorkap. Om zoveel visueel geweld kon Ellington niet heen en hij nodigde Jeffries uit om bij zijn band te zingen. Kort daarop, geaffichieerd als The Bronze Buckaroo, werd hij de eerste mannelijke vocalist bij de band.

Met de Ellington band nam hij in de vroege veertiger jaren diverse nummers op, zoals 'Flamingo,''Jump For Joy,' 'You, You Darling' en 'Brown Skin Gal in a Calico Gown.' In Los Angeles trad hij ook op in musical van Ellington over racisme 'Jump For Joy,' met Dorothy Dandridge. Filmacteur John Garfield raadde aan zijn huid donkerder te maken, omdat Jeffries te blank afstak tegen Dorothy Dandridge. 'Toen ik zwartgemaakt op het toneel verscheen,' vertelde Jeffries, 'werd Ellington furieus.' Waarop probeer je te lijken- Al Jolson? Ik probeerde het uit te leggen, maar Ellington stormde naar de producers. Ik heb me daarna nooit meer zwart gemaakt.'



Na zijn militaire diensttijd tijdens WOII, bleef Jeffries ongeveer tien jaar in Frankrijk en trad in diverse clubs op, zowel in Parijs als aan de Riviera. Daarna vestigde hij zich begin zestiger jaren in Los Angeles en bleef actief als zanger in clubs, op cruiseboten en in theaters, meestal met Ellington repertoire. Ook trad hij diverse malen op in televisiseries zoals  'Hawaii Five-O'  en 'The Virginian.'  Hij had zelfs in 1977 een bijrol in een echte western met Jack Palace  in 'Portrait of a Hitman'. De herontdekking van zijn oude films gedurende de tachtiger jaren deed de interesse in de rol van zwarte cowboys herleven. Hij werd als commentator aangezocht. In 2004 viel hem de eer te beurt te worden toegelaten tot de Hall of Great Western Performers in Oklahoma.



















Herb Jeffries was de Oosterse religies zeer toegenegen. Hij mediteerde elke ochtend. In zijn woelig aards bestaan consumeerde hij vijf huwelijken, waaronder een met de exotische danseres Tempest Storm, die hij in 1967 regisserde in de sexploitation horror film 'Mundo Depravados.'  Zelfs aan de Westkust van de Verenigde Staten viel de stilte op, die zijn verscheiden met zich bracht.


Bijdrage: C.P. Vincentius

Geen opmerkingen:

Een reactie posten